Verslag ontspoorde Duitse pantsertrein


PANTSERTREIN ONGEHINDERD DOOR DE PEEL-RAAMSTELLING.

Krijslist van de Duitse militaire spionage-organisatie Abwehr.
Officieel hadden de Duitsers het tijdstip voor hun inval in Nederland vastgesteld op 10 mei 1940 om vijf minuten voor vieren in de ochtend. In werkelijkheid waren al enkele uren eerder op verscheidene plaatsen langs de oostgrens kleine bijzondere eenheden heimelijk binnengedrongen. Ze behoorden overwegend tot de Abwehr , de Duitse militaire spionage-organisatie. Ze hadden tot taak zich meester te maken van de bruggen over de Maas, het Julianakanaal , het Maas-Waalkanaal en de IJssel, voordat het Nederlandse leger kans zou zien die op te blazen. Voor een snelle overrompeling van ons land was het bezit van deze bruggen voor de Duitsers van vitale betekenis.

MEI 1940;
De Abwehrgroepen opereerden verraderlijk. Ze waren vermomd als burgers of als spoorwegarbeiders, of ze droegen het uniform van de Nederlandse politietroepen of van de marechaussee. Bij al die groepen bevonden zich mannen die goed Nederland spraken. Het waren ook Nederlanders, althans van nationaliteit, doorgaans bewoners van het Duitse grensgebied, met Nederlandse vaders en Duitse moeder, en op zijn minst behept met nazi-sympathieën. Om hen te vangen had de vertegenwoordiger van de NSB-leider Mussert in Duitsland, zekere Herdtmann ,op verzoek van de Abwehr de organisatie Sport en spel opgericht. Daarin zouden ze een prima sportopleiding krijgen, wat een werkelijkheid een paramilitaire opleiding zou blijken. Slechts enkelingen onder de bijna tweehonderd leden kregen in de gaten dat de Duitsers hun hulp zouden eisen bij hun overval op Nederland. Mussert bleef er onkundig van.

DE OVERROMPELING.
De Duitse opzet werd geen onverdeeld succes. Geen enkele brug over de IJssel viel heel in hun handen, evenmin als de bruggen over de Maas in Roermond en Maastricht. Ze kregen wel de bruggen over het Maas-Waalkanaal bij Malden, Hatert, en bij Heumen te pakken, en ook die over het Julianakanaal bij Maaseik, Urmond, Berg en Obicht. Maar geen van deze geslaagde overvallen was in zijn gevolgen zo dramatisch als de verovering van de spoorbrug over het riviertje de Niers. Beide bruggen hadden de Duitsers nodig om met een pantsertrein het Nederlandse front in Oost-Brabant, de Peel-Raamstelling binnen te kunnen dringen.
Goed half vier werd de grenswacht bij Zelderheide ten oosten van Gennep door een Abwehrgroep overrompeld en gevangen genomen, de mannen hadden al twee nachten wegens de alarmtoestand weinig slaap gehad. Omstreeks dezelfde tijd overvielen Duitsers de vernielings- en versperringsgroep bij de brug over de Niers. Een sergeant, die even tevoren schieten had gehoord en op verkenning was gegaan, vond bij terugkeer zijn makkers krijgsgevangen en werd zelf gedwongen de springlading onder de brug weg te halen. Ogenblikkelijk daarna kwam de trein in beweging een pantsertrein met wagons vol wapens en Duitse soldaten. Op het Gennepse station was men op een overval voorbereid. De wissels waren zo gesteld en met hangsloten vergrendeld dat een trein het station niet kon passeren. De pantsertrein kwam dan ook op dood spoor terecht, maar het Duitse treinpersoneel wist dit in korte tijd te verhelpen. De trein reed verder in de richting van de brug over de Maas. Het station Gennep werd bewaakt door vier soldaten en een marechaussee. Voor zover bekend kwamen de soldaten niet in actie. De marechaussee daarentegen greep de telefoon, belde de wacht aan de oostelijke toegang van de spoorbrug over de Maas en riep: Gennep is overvallen. Laat de brug springen en daarna holde hij weg. Het telefoontje kwam net even te laat. De Duitsers waren op dit moment al met de overrompeling van de spoorbrug begonnen. Maar er was nog tijd om de brug op te blazen.

NEDERLANDSE UNIFORMEN.
Het was maar een kleine groep die de brug in handen moest zien te krijgen: acht manschappen onder bevel van Oberleutnant Walther en drie in Duitsland wonende Nederlanders in het naburige Goch bij "Sport en Spel" voor bijzondere opdrachten opgeleid. Ze hadden op pas op 8 mei gehoord wat er van hen verwacht werd. De avond tevoren waren ze met een vrachtauto naar de vlakbij Gennep gelegen Duitse grensplaats Hommersum vervoerd. Daar maakte een van de Sport en Spel-leden bezwaar, want hij had als Nederlands militair bij de spoorbrug gediend en had daar kameraden. Overigens had hij de Duitsers tevoren verteld hoe de brug bewaakt werd. Als gids fungeerde een Duitser uit Hommersum, die Gennep en omstreken goed kende, hij kwam er vaak, want hij was met een vrouw uit Gennep getrouwd. Hij sprak bovendien goed Nederlands. Hij en de Sport en Spelmensen waren in nagebootste Nederlandse marechaussee-uniformen gestoken en droegen bijbehorende vervalste Nederlandse paspoorten bij zich. In de prille nacht van 10 mei loodste de man uit Hommersum de groep door de Genneperheide naar een punt op een paar honderd meter afstand van de brug. Toen het daglicht werd trokken ze langs de spoorweg naar het oostelijke eind van de brug. Daar kwam prompt de vier tellende wacht in het geweer en op hetzelfde moment ging de telefoon in het wachthuisje. Een van de vier soldaten nam op, verman de waarschuwing van de Nederlandse marechaussee op het Gennepse station, gaf het bericht meteen door naar de wachtpost aan het westelijk brugeinde, drukte de knop in waardoor ginds de alarmbel begon te rinkelen, en stoof naar buiten, waar het duidelijk niet goed ging. Zijn maats hadden bij het zien van de marechaussee-uniformen net even te lang geaarzeld en werden door de verklede Duitsers overweldigd. De soldaat schoot trof een Feldwebel in de hand, maar werd prompt bewusteloos geslagen. Hij werd met zijn maats onder bewaking van drie Abwehrmannen op de oostelijke oever achtergelaten.

GOEIE MORGEN
Een nieuwe krijslist volgde. De Nederlandse sprekende Duitser uit Hommersum pakte de telefoon in het wachthuisje en liet de commandant van de politietroepen aan het westelijke einde van de brug weten dat hij bezoek kreeg. In opdracht van de commandant der marechaussee te Gennep zouden twee marechaussees vier gevangen genomen Duitse soldaten komen overdragen, omdat in de kazerne van Gennep, geen plaats meer voor hen was. Her was in orde. De wachtpost op het midden van de brug goed van vertrouwen bij het zien van marechaussee-uniformen, liet hen doorlopen. Over en weer klonk een vriendelijk goeie morgen. De detachementscommandant op de westoever nam het gezelschap in ontvangst. Waren de heren al gefouilleerd? Nee. Dus zou hij dat wel even doen. Erg deskundig deed hij dat niet. Er kwamen nogal wat wapens te voorschijn, maar de machinepistolen en broodzakken met handgranaten die ze onder hun jassen verborgen hadden werden niet opgemerkt. De gevangenen werden doorgezonden naar de commandopost in Oeffelt. En de marechaussees keerden terug naar de oostelijke oever.
Opnieuw rinkelde de telefoon bij de commandant van de politietroepen. De wacht op de oostoever liet weten dat er volgens een mededeling van de stationschef te Gennep een trein in aantocht was en dat hij daarom de sleutel van het hek, waarmee de spoorbrug afgesloten was, zou vrijgeven. De spreker was opnieuw de Duitser uit Hommersum. Het bericht werd op de westoever voor zoete koek geslikt.
Korporaal Van Lier, midden op de brug wist niets van dit bericht; hij wist alleen maar wat hij hoorde en zag. Hij hoorde een trein naderen en kreeg die even later te zien. De trein stopte voor het afsluithek. Een van de terugkerende marechaussees ging het oostelijk wachthuisje binnen, waar hij blijkbaar de sleutel haalde waarmee hij het afsluithek opende.
Korporaal Van Lier was degene, die de spoorbrug moest laten springen als de nood aan de man kwam. Daarom rookte hij een sigaar. Dat leek hem een betrouwbaarder middel om het vuurkoord aan te steken dan de windlucifers die ze hem daarvoor hadden verstrekt.
Ogenblikkelijk nadat hij de trein in het vizier had gekregen en het hek open zag maken, belde hij naar zijn commandant. Springen of niet? De commandant zei van niet. Het kon een Nederlandse trein zijn. Tja; dat hadden ze hem van Gennepse kant te verstaan gegeven. Bovendien was er een algemene order pas in uiterste noodzaak tot het opblazen van bruggen en andere kunstwerken over te gaan omdat daar vele miljoenen guldens mee gemoeid ware.

De korporaal stond nog aan de telefoon toen de trein hem midden op de brug naderde. Tot zijn ontzetting zag hij dat de locomotief vooraf werd gegaan door twee platte wagens met Duitse militairen achter mitrailleurs. De lont was maar vijf meter van hem vandaan, maar in de hoogste mate onbereikbaar. Hij voelde twee machinepistolen in zijn ribben, er werd Hände hoch geschreeuwd, hij moest instappen.
Maar weinige ogenblikken daarna ontdekte zijn commandant te lang geaarzeld te hebben. Het was zonder twijfel een trein van de vijand. Tegelijk sprong die vijand hem in de nek: de vier door hem zo slordig gefouilleerde krijgsgevangenen hadden er niet veel moeite mee gehad hun argeloze begeleiders buiten gevecht te stellen en naar de brug terug te rennen.
Nog was er iets aan de toestand te verhelpen geweest. Ten zuiden en ten noorden van het oostelijke brugeinde lagen rivierkazematten, in staat van hoogste paraatheid. Daar had men de alarmschel van de brug horen rinkelen. Ogenblikkelijk hadden de commandanten geïnformeerd of ze de brug onder vuur mochten nemen. Het mocht niet. wilde de commandant van de zuidelijke kazemat gaan schieten toen de trein in zicht kwam, maar op dat moment kreeg hij een telefoontje dat alles in orde was. Alles in orde? Hij twijfelde bij het verder opstomen van de trein niet meer. Hij schoot en hij schoot nog een keer. En toen was zijn vuurmond kapot.

Foto-_162_Mill_Pansertrein.jpg

DOOR DE LINIE.
Niet of nauwelijks gehinderd reed de Duitse pantsertrein in westelijke richting waarbij hij vier bruggen passeerde die al opgeblazen hadden moeten zijn en door de Peel-Raamstelling heen brak. Vlak voor de halte Zeeland stopte de trein en liet daar een bataljon Duitse infanterie uit, vlakbij een regimentscommandopost van de Nederlandse infanterie. Naar schatting betrof het honderdvijftig tot tweehonderd man. Hoe kon dir zo ongestoord gebeuren? Omdat het verschijnsel pantertrein nog nooit in iemands hoofd omgekomen was, men kon het niet geloven. Tal van militairen, die de trein in rustig tempo zagen voorbijkomen dachten dat het een Nederlandse trein was met troepen uit Haps. Sommige meenden zelfs Nederlandse uniformen te zien. Een luitenant die de trein op een paar honderd meter van zijn regiments-commandopost zag stoppen ging voor de zekerheid eens polshoogte nemen. Hij nam twee ordonnansen mee. In de buurt van de trein zag hij een groepje van vijf Nederlandse militairen staan en stapte op hen af. In het midden ontwaarde hij plotseling een Duitse militair, die zijn pistool op hem richtte en hem beval: Waffen ablegen.
Een van de ordonnansen wist te ontkomen, de ander werd gevangen genomen. De luitenant was nog niet niet geheel klaar met het losmaken van zijn pistool, toen de Duitser afgeleid werd. Daar maakte de luitenant gebruik van. Met een grote sprong stelde hij zich in de naderingsingang van de commandopost in veiligheid. Hij wist nu in elk geval zeker wat voor vlees men in de kuip had en vertelde dit aan zijn commandant. Die begreep dat zijn commandogroep het gevaar liep omsingeld te worden. Het lukte de groep daaraan te ontsnappen. Er was maar een commandopost waar men meteen in de gaten had wat er te gebeuren stond. Maar daar hadden ze dan ook waargenomen dat er van de trein uit geschoten werd en dat bij een spoorbrug een paar mensen gevangen werden genomen. Ogenblikkelijk waarschuwden ze de commandant van het betrokken vak van de Peel-Raamstelling: Verwacht een aanval in de rug. Jammer genoeg was de stelling er niet op ingericht die kant uit te schieten. Aan de achterzijde hadden de kazematten geen schietgaten.
fotoarchief-gebeurtenis01.jpg
Ontspoorde trein te Mill




pantser_trein_2.jpg


GESTUIT - MAAR TE LAAT.
Wat zou die trein nog meer aan onheil kunnen stichten? Ongetwijfeld zouden de Duitsers als ze de kans kregen er een geregelde lijndienst op Gennep mee gaan rijden. Na de soldaten te hebben afgezet in de Peel-Raamstelling stoomde de trein door naar de halte Zeeland. Daar lag een ongebruikte wisselplaats, die het mogelijk maakte de pantsertrein en de goederentrein zo te wisselen dat de pantsertrein oostelijk van de goedertrein kwam. Vervolgens reed de trein terug. De rit zou nu tegenvallen. Waar de spoorweg het defensiekanaal van de Peel-Raamstelling kruiste waren alsnog de staketsels (asperges) in de spoorbaan neergezet, die er al veel eerder hadden moeten staan. Bovendien hadden drie drieste pioniers ( nota bene onder vijandelijk vuur ) uit een mijnenveld een aantal al op scherp gestelde landmijnen uitgegraven. Die werden uiterst behoedzaam onder de spoorrails aangebracht. Het was een idee van een dienstplichtig soldaat C. Versluis. Hij zou er de Militaire Willemsorde voor gekregen hebben als hij na de meidagen niet gesneuveld zou zijn bij het opruimen van landmijnen in de buurt van Breda. De opzet lukte.
Toen de pantsertrein tegen half zes in de ochtend terugreed werd de gestelde hindernis hem noodlottig. Alle wagens derailleerden en kwamen gedeeltelijk in het kanaal aan de voet van de spoorweg terecht, behalve de open wagens die rechtop bleven staan. De rails werden over tientallen meters totaal vernield en in de meest fantastische vormen verbogen. Een verder gebruik van de spoorlijn was uitgesloten. Mosterd na de maaltijd, daar wordt altijd mee gesmeten. Als de trein daar geen hindernis had ontmoet zou hij toch niet veel verder zijn gekomen. Tussen Peel-Raamstelling en Maas waren de bruggen intussen allemaal opgeblazen.

Noot van Myllesheem; Mocht u na het bovenstaande relaas geïnteresseerd zijn in verhalen, verslagen en diversen foto's van de oorlog 1940-1945 verwijzen wij u gaarne naar de website van Stichting Sporen van de Oorlog