De geschiedenis van de Princepeel


COMPILATIE VAN DE GESCHIEDENIS VAN DE PRINCEPEEL NAAR HET BOEK : DE VAN OPHOVENS EN JAEGERS ALS ONTGINNERS , GESCHREVEN DOOR SJANG HOEYMAKERS TE ELSENDORP 1984.

huize_prinsenpeel.jpg

Een man aan wie men , als men het heeft over ontginnen, niet voorbij kan gaan , is Dominicus Hubertus van Ophoven. Van Ophoven was een legendarisch groot-ontginner en landbouwkenner. Hij was de eerste die het weerbarstige landschap van de Peel zodanig wist te bewerken, dat er een succesvolle landbouwontginning kon ontstaan. Vele plannen zijn er gemaakt voor de Peel. In de 19e eeuw was het nog een van de grootste natuurgebieden van Europa. De Fransen ontwierpen kanalen en wegen die de Peel zouden moeten doorsnijden en aanvoer van meststoffen mogelijk zouden moeten maken, maar er kwam bijna niets van terecht. De in Gemert geboren P.E. de la Court schreef in 1840 een boekje over de Peel, waarin hij voorstelde water van de Maas via een bevloeiingskanaal in de Peel te brengen. Hij meende dan dat de Peel omgetoverd kon worden in vruchtbare landouwen.
De eerste onderneming in de Peel die slaagde, was niet gericht op ontginning, maar op turfwinning. Het was de Maatschappij Helenaveen die in 1853 met de aankoop van 610 hectare veengrond in de gemeente Deurne haar activiteiten gebon. Er werd stookturf gewonnen en later ook turfstrooisel.. De boekweitwinning op het veen was de eerste vorm van landbouw die de Maatschappij Helenaveen toepaste. Landbouwontginning vond verder in de Peel nauwelijks plaats, alleen aan de randen werd af en toe een terreintje aangemaakt.

De tweede grote onderneming die in de Peel werd gebracht, lag in de gemeente Mill. Hier lag een stuk Peel ter grootte van 715 hectare dat hoorde tot de Domeinen van de Staat de Nederlanden. Van oudsher was dit gebied eigendom van de heren van Cuijk. In de tijd dat de prinsen Van Oranje heren van Cuijk waren, heeft het de naam Princepeel gekregen. In tegenstelling tot de meeste Peelgronden kwam het niet in bezit van de gemeente waaronder het ressorteerde, maar werd het staatseigendom. Omstreeks 1850 werd een gedeelte verkocht aan de gebroeders Verstraaten te Mill. Zij gingen echter niet tot ontginning over. Na 1900 verkochten zij geleidelijk de terreinen in kleine kavels aan boeren uit de omgeving die de gronden in cultuur brachten. Op deze percelen verrees ook de kern van het kerkdorp Wilbertoord.

Het overige deel van de Princepeel , zijnde 573 hectare , werd in 1864 publiek verkocht in het koffiehuis de Eenhoorn te Grave. De kopers waren Adriaan Laurens Nering-Bogel, Adriaan Christiaan Nering-Bogel,Johan Cornelis van Hoytema, en Aleib Johan van Hoytema. Adriaan Laurens Nering-Bogel was getrouwd met Anna Maria van Hoytema, zuster van zijn compagnons. Nog een Nering-Bogel, namelijk J.D. was getrouwd net een Hoytema. Deze Nering-Bogel was directeur van een ijzergieterij te Isselburg. Hij was niet betrokken bij de Princepeel. Wel had hij aandelen in de Maatschappij Helenaveen.
Aanvankelijk was het bedoeling in de Princepeel kanalen te graven en te vervenen op dezelfde manier als dat te Helenaveen gebeurde. Toen de veenlaag te dun bleek, ging men over tot ontginning; deze ontginging die nog ter sprake zal komen, wekte in de jaren '70 van de 19e eeuw grote belangstelling vanwege de successen die werden geboekt; in 1875 waren reeds 280 hectare in cultuur. De ontginning werd echter financieel gezien een mislukking in Mill ging het verhaal, dat de eigenaren er fl. 300.000,-- op hadden moeten toegeven. In 1879 werd de ontginning van de hand gedaan aan de N.V. Maatschappij tot exploitatie van de landbouwonderneming de Princepeel. In deze maatschappij verwierf Dominicus van Ophoven zich in de jaren '80 van de 19e eeuw steeds meer aandelen, totdat hij de enige eigenaar was. In een tijd waarin niemand aan ontginningen tot landbouwgrond dacht en waarin de landbouwcrisis de boeren tot wanhoop dreef, maakte hij van de Princepeel een modelontginning. Veel eerder dan wie ook slaagde Van Ophoven als landbouwer in de Peel. De Ned. Heidemij. geloofde in die tijd nog niet in landbouwontginning en meende dat de Peel alleen tot bos te ontginnen was.
De kinderen van Dominicus volgden hem na in zijn voetspoor en zetten ook grote landbouwbedrijven op. Terwijl de andere landgoederen ten gronden gingen bleef de Princepeel bestaan mede dankzij Mej. Thea Jaeger, die in die tijd de aloude Princepeel beheerden, en die zich in haar grote kennis van de landbouw en goede beheer van onder andere dit landgoed een waardige kleindochter van Dominicus van Ophoven toont.

Aandeelhouder NV "de Princepeel" en 110 ha woeste grond bij Echt gepacht.
In 1879 werd de N.V. Landbouwonderneming de Princepeel opgericht. Reeds bij de oprichting van de NV werden door Van Ophoven enkele aandelen gekocht. De bedrijfsresultaten van Van Ophoven op de Buchheimer-hof waren over het algemeen gunstig, en het lijkt erop dat Van Ophoven de winsten die hij maakten gedurende de jaren 1879-1888 omzette in aandelen Princepeel. Zo zou het te verklaren zijn dat Van Ophoven zich in 1888 in de Princepeel vestigde als eigenaar, of althans de grootste belanghebber.
Voordat de familie naar de Princepeel trok pachtte Dominicus van Ophoven van de gemeente Echt, in 1886 onder Putbroek ongeveer 110 hectaren grond die hij in cultuur bracht. De pachtprijs was fl. 4,-- per hectare per jaar. De duur van de pacht was veertig jaar met een optie voor nog eens vijfentwintig jaar.
Het pachtcontract werd getekend door Dominicus van Ophoven en zijn broer Willem van Ophoven, de burgemeester van Montfort. Deze heeft vrij spoedig na het sluiten van de overeenkomst zijn rechten overgedragen aan Dominicus.

Naar de Princepeel, oudste dochter blijft op de Buchheimerhof.
In 1888 vertrok de familie naar de Princepeel maar dat betekende niet dat het pachtcontract van de Buchheimerhof werd opgezegd.
Bertha, de oudste dochter uit het gezin, nam als vijfentwintigjarige de leiding op deze boerderij over. Gedurende zeven jaren heeft zij het bedrijf gevoerd in opdracht van haar vader. De winsten die zij maakte waren hard nodig voor de verdere ontginning van de Princepeel. Een steeds terugkerende vraag in brieven uit Mill naar Keulen was; Bertha, kun je wat geld vrij maken voor de Princepeel?

Dominicus met gezin naar de Princepeel.
Hoeveel was er al ontgonnen?
Voordat Van Ophoven bemoeienissen had met dit landgoed, was men er al enige tijd bezig met ontginnen. Volgens berichten in de Verslagen van de Maatschappij van Landbouw was er in 1875 al 280 hectare ontgonnen, volgens familieverhalen van de Van Ophovens was er, toen Dominicus het landgoed overnam, nog slecht 100 hectare in cultuur. Het is mogelijk dat er na 1875 weer cultuurgrond tot woeste grond is vervallen. De eerste ontginners konden het namelijk financieel gezien niet bolwerken en het is aannemelijk dat zij niet alles onder de ploeg hebben kunnen houden.

plaggenhut_in_de_peel.jpg
Plaggenhut in de Peel.


Nog een stukje voorgeschiedenis.
De families Nering-Bogel en van Hoytema waren tussen 1864 en 1879 de eerste pioniers van de Princepeel. Zij hebben Huize Princepeel en verspreid over het hele bezit, een zestal boerderijen gebouwd.
Helemaal in het noorden boerderij De Voorpeel soms ook Pannenhuis genoemd. Aan de Provinciale weg de Jagershoeve. Verder, verspreid over dat deel van het landgoed dat ten zuiden van de Provinciale weg ligt Huize Princepeel, de Hoofdboerderij, de Middenhoeve en de zogenaamde Kat en Hondhoeve, waarvan de naam in de dertiger jaren werd veranderd in Dominicushoeve. Bij huize Princepeel bouwden ze nog een kleine boerderij waarvan de naam ons niet bekend is. Bovendien lieten zij in totaal zeven arbeidswoningen bouwen.
In 1868 namen de pioniers de eerste boerderijen in gebruik en voor of in 1871 kwam Huize Princepeel gereed. Dit blijkt uit de familiepapieren van de familie Nering-Bogel-Van Hoytema, waarin wordt vermeld dat op 4 oktober 1871 in Huize Princepeel de jongste dochter geboren werd.
De aanleg van de weg Uden-Oeffelt droeg bij tot de ontsluiting van het gebied, maar waarschijnlijk heeft men er op gerekend dat deze weg dichter inde buurt van de hoofdzetel van het bedrijf zou komen. Ook de spoorlijn Boxtel-Wezel werd aangelegd over het bezit, maar deze kwam ongeveer bij de noordgrens te liggen. Er werd echter wel een los- en laadplaats aangelegd bij de boerderij de Voorpeel. Volgens sommige sommige zegslieden werd er een zijlijn aangelegd naar de Jagershoeve en daar zou ook een weegbrug zijn geweest. Dit zou gebeurd zijn in de periode dat Van Ophoven de Princepeel beheerde.



Ontginning volgens het damcultuurstelsel en met de stoomploeg.
Het eerst hebben Nering-Bogel en Van Hoytema de terreinen ontgonnen waar het meeste veen aanwezig was. Er was ongeveer 100 hectare waar geen veen voorkwam. Op het overige deel varieerde de veenlaag van 25 centimeter tot 1 meter. Grote percelen werden ontgonnen volgens het damcultuurstelsel dat ook in Duitsland werd toegepast. Er werden zeer brede sloten gegraven, tot wel 5 meter breed. Het veen uit deze sloten werd eerst verdeeld over de akkers en daarna werd er nog een laagje zand opgebracht. Zo ontstonden dammen van 25 meter breed, waarop een zeer oppervlakkige grondbewerking werd toegepast om het zand zo min mogelijk met veen te vermengen. De gewassen drongen met hun wortels door het zand in het veen, dat zich door de inwerking van de lucht langzaam ontleedde en zodoende voedsel leverde voor de planten.
Kunstmest was nog vrijwel onbekend, maar de pioniers van de Princepeel volgden blijkbaar belangstellend alles wat er over dit onderwerp bekend werd, want al spoedig begonnen ook zij het nieuwe mest te gebruiken.
In 1874 huurden de eigenaren van de Princepeel in Duitsland een zogenaamde stoomploeg. Het was een balansploeg met twee stoommachines waarmee 50 centimeter diep kon ploegen en bovendien de ondergrond 25 centimeter kon loswoelen. Hiermee werden 100 hectare bewerkt waar weinig of geen veen voorkwam.
Wilbertoord_Zandtransport.jpg
zandtransport Wilbertoord,

Oprichting van N.V. de Princepeel.
In 1879 werd vanwege de grote verliezen van de eerste pioniers Nering-Bogel en Van Hoytema de onderneming ondergebracht in een Naamloze Vennootschap. Er werden 64 aandelen van fl. 5.000,-- uitgegeven. Gezien het feit dat ene Canters Cremers directeur werd is het aannemelijk dat deze een vrij groot aandelen kocht.
Zoals reeds eerder vermeld kocht ook Dominicus van Ophoven aandelen bij de oprichting van de Vennootschap.

Van Ophoven neemt het roer over.
We kunnen aannemen dat Van Ophoven, nadat hij de aandelen Princepeel gekocht had, ook bij de bedrijfsvoering betrokken werd. Hij was de man niet om zijn belangen zonder toezicht aan andere toe te vertrouwen. Waarschijnlijk heeft van Ophoven in het begin van de jaren 80 (19e eeuw) zijn tijd verdeeld tussen de Buchheimerhof en de Princepeel
De Van Ophovens vestigden zich in 1888 in de Princepeel. Dominicus was intussen eigenaar geworden van het landgoed. Onder zijn leiding zou de Princepeel de bekendste onderneming van de familie worden.

Millse pastoor gelooft niet in ontginning.
Van Ophoven had aan de bisschop toestemming gevraagd om in de Princepeel een kapel te bouwen waar dan een priester uit de omgeving bij voorbeeld een Dominicaan uit Langenboom op zon- en feestdagen de Heilige Mis kon opdragen. De bisschop besliste negatief op het verzoek, mede op aanraden van de pastoor van Mill. Nu duurde het nog tot 1942 eer in in dit gebied een noodkerkje gebouwd werd . In 1962 kon men overgaan tot de bouw van een nieuwe kerk.
Uit de eerder aangehaalde brief van de pastoor van Mill aan de bisschop blijkt overduidelijk dat de pastoor weinig vertrouwen had in het welslagen van de onderneming in de Peel.
Hier volgen enkele passages uit deze brief:
-De onderneming der Peel is geheel van stoffelijken aard. In 1863 zijn plus minus 600 hectare door de protestanten Van Hoytema, Van Kuilenburg en Nering-Bogel aangekocht
-De werklieden van Mill en omgeving zijn er wel bij gevaren vanwege de hoge verdiensten, doch het resultaat is ellendig geweest dewijl men alles op te grote schaal en volgens die nieuwe methode bewerkt. Men spreekt dat zij drie ton zouden hebben toegeven. Voor een paar jaar kocht het de tegenwoordige eigenaar Dominicus van Ophoven die het alweder op zijn eigendunkelijke wijze exploiteert en waarvan onze Millsche mensen alweder dezelfde uitkomsten verwachten als vroeger.
Waarschijnlijk bedoelde mijnheer pastoor met eigendunkelijke wijze het damcultuurstelsel en het gebruik van kunstmest.

Ontginnen met ijzeren mest.
Volgens gegevens van het kadaster was de totale oppervlakte (573 hectare) van de Princepeel in 1890 reeds ontgonnen. Er werd geploegd met een zeer grote ploeg bespannen met zes ossen. Voorheen gebruikten men in de Princepeel al enkele soorten kunstmest. Van Ophoven ging de nieuwe meststoffen op grote schaal gebruiken. Onder andere gebruikte hij grote hoeveelheden Thomasslakkenmeel , dit is een afvalproduct van de staalfabricage. De boeren in de omgeving lachten ermee -wat zal hij boeren met zijn ijzeren mest-"zeiden ze tot elkaar.
De successen bleven niet uit. De granen , rogge , haver en zelfs tarwe deden het uitmuntend. De proef met de suikerbieten was ook een succes op een perceel van 10 hectare.

Dominicus de grootste werkgever van Mill.
De teelt van bieten was zeer arbeidsintensief en gedurende vele weken waren tietallen arbeiders bezig met het dunnen van de bieten en met onkruidbestrijding. Van Ophoven was de grootste werkgever in Mill. Er waren tijden dat hij tachtig seizoenarbeiders in dienst had. Hoeveel in vaste dienst is niet met zekerheid te zeggen. Gezien het grote aantal paarden ( 27) dat aanwezig was moeten het tussen de vijftien en twintig personen zijn geweest.
Onder de paarden heerste soms een onbekende ziekte die men toeschreef aan het slechte drinkwater. In sommige perioden was de sterfte onder dieren groot, wel twee paarden in de week, wat een flinke schadepost betekende. Het ter plaatse gewonnen drinkwater was te slecht voor mens en dier. Voor huishoudelijk gebruik haalden de inwoners van Huize Princepeel water bij de boerderij van de familie Cornelissen-Lamers. Deze boerderij stond richting Mill ongeveer een kilometer verwijderd van de Princepeel.

Hoefsmid.jpg
Hoefsmid


Belangstelling voor de modelontginning.
Het grootbedrijf de Princepeel kreeg steeds meer bekendheid in verschillend dag- en weekbladen. Vooral het Boxmeerse Weekblad besteedde nogal wat aandacht aan di bedrijf. Het is bekend dat statenleden, burgemeesters en gemeenteraadsleden de Princepeel bezochten. Ook gaat het verhaal dat de Minister van Landbouw met een aantal ambtenaren er ooit een bezoek brachten. Allen die de resultaten zagen die er gehaald werden, roemden Van Ophoven als de grote pionier van de Peel en als promotor van de kunstmest, zodat ze niet alleen maar afhankelijk waren van de beperkte hoeveelheid organische mest.

Overdracht van de Princepeel aan de kinderen.
Op 1 juli 1905 overleed te Mill de echtgenote van Dominicus van Ophoven, Elizabeth Juliana Vogels. Zij werd begraven op het kerkhof te Mill. Na haar dood trok Van Ophoven zich terug uit het bedrijf de Princepeel. De aandelen kwamen in handen van de vier oudste kinderen.
Uiteindelijk werd Alfons de oudste zoon directeur van de Naamloze Vennootschap. Dominicus van Ophoven trok zich in 1924 helemaal terug en verhuisde naar Bonn, waar hij op 17 januari 1926 overleed.
Zoals we gezien hebben kwamen de aandelen Princepeel in 1905 in handen van de vier oudste kinderen van het echtpaar Van Ophoven-Vogels en werd Alphons, de oudste zoon directeur van de onderneming. Hij bleef dit doen tot hij in 1909 zijn aandelen verkocht aan zijn zuster Philomena. Tijdens de periode dat Alfons directeur was waren de bedrijfsresultaten minder goed. Op 22 februari verscheen een bericht in het Boxmeers-Weekblad waarin vermeld werd dat de Princepeel een dag van tevoren verkocht was aan een Utrechtse Maatschappij. Deze verkoop is echter nooit doorgegaan.
Dat Alfons minder goede resultaten behaalde werd waarschijnlijk mede veroorzaakt door zijn zwakke gezondheid. Alfons stierf kinderloos op 9 november 1919, en ook hij werd begraven op het kerkhof te Mill.

Ignaz van Ophoven.
Ignaz was vijftien jaar toen de familie zich in de Princepeel vestigde. Hij was een stille in zichzelf gekeerde jongen. De eenzaamheid van de Princepeel en de taalmoeilijkheden, hij was immers in Duitsland geboren en opgegroeid, maakten het hem moeilijk om contacten te leggen met leeftijdgenoten.
Als vijftienjarige werd hij ingeschakeld bij de bedrijfsvoering. Hij leerde dat ontginnen een moeilijk vak was. Hij zou echter geen Van Ophoven geweest zijn als hij zich niet met al zijn capaciteiten had ingezet voor dit moeilijke beroep. Na diverse ontginning elders, begon Ignaz voor zich zelf. Hij kocht onder andere onder Zeeland ongeveer 50 hectare heidevelden. Dit perceel maakt nu deel uit van het vliegveld Volkel . Hij bewerkte zijn grond vanuit de Princepeel. Ignaz had grote belangstelling voor schapen. In de Princepeel werd een kudde , onder zijn leiding in sommige jaren uitgebreid tot 500 stuks.
In 1909 verkocht hij zijn aandelen Princepeel aan zijn zuster Philomena . Deze kreeg 75% van de aandelen in handen. In 1921 verhuisde Ignaz van Uden naar Huize Princepeel in Mill.
Hier woonde hij tot 1928. om te vertrekken naar Echt. Ignaz die ongehuwd was gebleven overleed in Nijmegen op 14 juli 1940 . Ook Ignaz werd begraven in Mill. Zijn onroerende goederen liet hij na aan Philomena.

Philomena van Ophoven, ontginster en onderneemster van formaat.
Philomena was de tweede dochter uit het gezin Van Ophoven-Vogels. Zij zou zich in de rijen van personen die zich met het in cultuur brengen van woeste grond bezig hielden een voorname plaats verwerven. Als zeventienjarige werkte ze mee in de stallen en in het veld. Ook in de Princepeel werkte ze mee aan de ontginning. Het Wellsmeer gelegen in de gemeente Bergen ( Limburg ) was ook voor haar zulk een uitdaging. Op zeker moment deed zij een bod op het Wellsmeer aan de gemeente Bergen. En op 1 maart 1912 werd zij eigenaresse. De grond kostte circa fl. 230,-- per hectare. Philomena die 75% van de aandelen Princepeel in haar bezit had en directrice van de N.V. besloot Wellsmeer te verpachten aan haar zuster Bertha Jaeger-van Ophoven. Mevr. Jaeger heeft het bedrijf beheerd tot 1916.

Vlascultuur op de Princepeel.
De door de oorlogsomstandigheden sterk verhoogde prijzen van de landbouwproducten maakten het voor Philomena aantrekkelijk om zelf het bedrijf te exploiteren.
Tijdens de oorlog ontstond er een tekort aan textielvezel. De vlascultuur onderging een grote uitbreiding. Ook in de Princepeel werd op grote schaal vlas verbouwd.
Aan de provinciale weg werd te behoeve van de teelt een nieuw gebouw geplaatst dat men de Vlasschuur noemde. In de mobilisatietijd voor de oorlog in 1940-1945 werden in deze schuur godsdienstoefeningen gehouden voor in de Peel gelegerde militairen. De vlasschuur brandde tijdens de oorlog af door inslag van brandbommen.


vlas_oogsten.jpg
Vlas oogsten.


Pachtboeren in de Princepeel
Enige jaren later verpachtte Philomena vrijwel alle grond in de Princepeel. Op de Middenhoeve kwam ene Nobel, op de Jagershoeve ene Slingeland, beiden kaasboeren. De andere boerderijen met alle overige grond werden verpacht aan Van Rossum. Deze kocht een gedeelte van de aangrenzende Katwijkse Peel en stichtte er de Boshoeve en verder liet hij er een jachthuis bouwen. Van Rossum vertrok uit de Princepeel in 1927. Na het vertrek van Van Rossum liet Philomena aan de provinciale weg een nieuwe boerderij bouwen op een perceel dat men De Lange Dammen noemde. Philomena verpachtte nu alle boerderijen en een groot aantal percelen aan boeren uit de omgeving. De Hoofdboerderij , met een kleine oppervlakte grond , hield zij zelf in cultuur. Samenvattend komen tot de conclusie dat Philomena bijna geen grond meer in eigen beheer had. Het Wellsmeer had zij verkocht en de Princepeel grotendeels verpacht.

Moeilijke tijden in de Princepeel.
De financiële uitkomsten in de Princepeel waren slecht gedurende de landbouwcrisis van de dertiger jaren. Zoals we gezien hebben was het bedrijf vrijwel geheel verpacht. De pachtprijzen waren laag, veel grootgrondbezitters waren blij als ze pachters vonden voor hun boerderijen of losse percelen. Leegstaande boerderijen en braakliggende percelen waren in die tijd geen zeldzaamheid.
Mogelijk omdat er geen pachter was verkocht NV de Princepeel op 17 oktober 1935 boerderij de Voorpeel aan P.J. Thelosen uit Cuyk, voor fl. 10.000,-- inclusief circa 10 hectare grond.
Tezelfder tijd verkocht de NV Princepeel 16 hectare grond gelegen in de directe nabijheid van boerderij de Voorpeel aan ene Van Gemert en ene Bardoel uit Mill. Tijdens de mobilisatie werd de Peel-Raamstelling aangelegd en de NV de Princepeel moest 6 hectare grond afstaan voor de aanleg van het defensiekanaal.

Philomena erft van Ignaz.
Op 14 juli 1940 overleed Ignaz van Ophoven. Philomena erfde een boerderij te Schaijk en grond in de gemeente Zeeland. Ignaz had indertijd een bedrijfsleider aangesteld. Deze een zekere Colen bleef ook voor Philomena het bedrijf beheren. Zij bemoeide zich steeds minder met de bedrijven en liet zich het beheer bijstaan door mensen van de Grond Mij. te Zwolle.
Philomena was dan ook voor lange tijd afwezig. Op een van haar reizen tijdens een verblijf in Wenen werd zij ernstig ziek en overleed op 29 november 1942. Ook zij werd ter aarde besteld op het kerkhof te Mill.

De Jaegers erven van Philomena.
Zoals reeds aangegeven overleed Philomena op 29 november 1942. Aan haar zuster Mevr. Jaeger van Ophoven liet zij diverse boerderijen na en diverse percelen grond.
Thea Jaeger erfde van haar tante de aandelen Princepeel, zijnde 48 stuks. De overige 16 aandelen waren in het bezit van haar moeder.

Mej. Thea Jaeger betrekt Huize Princepeel (1962).
Na de beëindiging van de pacht in Echt vertrok Mej. Jaeger naar Huize Princepeel. Met haar ging mee Jozef Offermans die door haar tot bedrijfsleider werd aangesteld.
Een aantal pachters in de Princepeel hadden afstand gedaan van hun pachtrecht, zodat de oppervlakte in eigen beheer weer was toegenomen tot 100 hectaren. Doordat er meer pachtgrond vrij kwam was in 1967 het areaal in eigen beheer toegenomen tot 150 hectare.
Dit was een van de redenen die mej. Jaeger er toe bracht de boerderij en de gronden te Wellerlooi te verkopen. Door deze verkoop kwam er een einde aan de activiteiten van de familie Jaeger-van Ophoven in de grensstreek.
Het bedrijf de Princepeel floreerde weer. In de loop der jaren was er een achterstand ontstaan in het onderhoud van de gebouwen. Vooral de Hoofdboerderij uit 1868 was in zeer slechte staat. Paarden en veestallen had men niet meer nodig, omdat het bedrijf een gemechaniseerd akkerbedrijf was en men besloot tot afbraak van de boerderij over te gaan.
In plaats hiervan verrezen twee grote loodsen voor het machinepark.
Doordat nog enkele pachters afstand deden van hun pachtrecht is de oppervlakte al in eigen beheer toegenomen tot 170 hectaren. Hierop worden voornamelijk granen, suikerbieten en bonen verbouwd.
In de zestiger jaren werd de Naamloze Vennootschap omgezet in een Besloten
Vennootschap.
Mej. Thea Jaeger woont sinds 1962 in Huize Princepeel. Ondanks haar leeftijd is zij volledig op de hoogte van de gang van zaken op het bedrijf. Een gedeelte van de boekhouding wordt nog door haar gedaan. Ook de contracten met de 78 pachters worden voornamelijk door haar onderhouden.
Zij is zeer geïnteresseerd in het wel en wee van haar dorp Wilbertoord en ook Vierlingsbeek, waar zij lange tijd woonde op de Hattert. Van twee culturele verenigingen is zij beschermvrouwe namelijk van Harmonie De Herleving te Vierlingsbeek en van het Tamboer-Trompetters en Majorettencorps T.O.P.I.D.O. te Wilbertoord. T.O.P.I.D.O. staat voor Tot Ons Plezier is Deze Opgericht.
Ook Mej. Jaeger beleefd veel plezier aan T.O.P.I.D.O., op gezette tijden komt de vereniging naar Huize Princepeel en tonen de leden hun kunnen aan de beschermvrouwe. Dit is voor Mej. Thea Jaeger een welkome afleiding. Reizen en trekken heb ik genoeg gedaan, zegt zij. Een belangrijk middel pm de contacten met vrienden en kennissen te onderhouden is de telefoon. De gasten komen in Huize Princepeel meestal ontvangen in een ruim vertrek dat het midden houdt tussen een woonkamer en een kantoor. In dit vertrek, waarin alles herinneringen oproept aan de twee generaties Van Ophoven die voor haar de Princepeel beheerden, brengt Mej. Jaeger haar dagen door. Zij ziet het als haar opdracht zich zolang zij het kan in te zetten voor dit familiebedrijf. De band tussen bedrijf en familie van Ophoven is intussen al honderd jaar oud en in het verloop van deze tijd is het bedrijf vrijwel intact gebleven. Van de 573 hectaren zijn er nu nog 543 in het bezit van de B.V. Alle andere grootontginningen in de Peel, begonnen in het laatste kwart van de vorige en in het beging van deze eeuw, zijn geheel of grotendeels verkaveld. Dit omdat men er niet in slaagde ze lonend te exploiteren.