Kasteel Aldendriel inclusief fotoreportage


COMPILATIE VAN HUIZE ALDENDRIEL vanaf circa 1450 tot 1962.

Foto-_50_Mill_kasteel_Aldendriel.jpg


De ligging en naam van Huize Aldendriel.
De naam Aldendriel is ontstaan uit de samenvoeging van ALD en DRIEL. ALD betekend oud en DRIEL komt van DRIEEL hetgeen een samenkomst van 3 wegen betekent. Vergelijk Kerkdriel, Velddriel en Drieërlei. Met de 3 wegen zijn bedoeld de wegen naar Beers, St. Hubert en Mill. Vanaf 1450 werd Aldendriel in de archiefstukken op verschillende manieren aangeduid. Als;
OUD ADELIJK HUIS, HUIZE, KASTEEL, JACHTSLOT, BUITENVERBLIJF. De boerderij bij Aldendriel als; NEERHUIZING, KASTEELHOF, BOUWHOF.
De dienst van het Kadaster deelde ALDENDRIEL in 1832 in bij sectie B, het gebied tussen rechts van de weg naar Beers en links van de weg naar Wanroij. Tot dit gebied behoorden ook De Brakken, De Kolk, Hollander-broek, Achterdijk, Klein Ven, Groot Ven en Molengat. Het Kadaster gaf aan de omgrachting van Aldendriel en Pastorie de naam van - Grachten tot vermaak - hetgeen ongetwijfeld wijst op de schaatssport.
Aldendriel1905.jpg
Ansichtkaart Kasteel Aldendriel anno 1905

De schuilkerk en schuurkerk.
De R.K. Kerk, staande in de kom van Mill, werd in 1644 van de katholieken ontnomen en kwam in het bezit van een dominee en enkele medestanders. Dank zij de heren van Aldendriel kon in huize Aldendriel een schuilkerk worden ingericht. Het is het jaar 1644 als de verscholen kerk in functie komt. Betreffende deze schuilkerk is er een akte uit het jaar 1720 welke een contract inhoudt tussen Aldendriel en de schepenen en kerkmeesters van Mill. De schuilkerk wordt hierin een kerckenhuijs genoemd.
Graaf de Donghelberge van Aldendriel staat weer toe dat het kerckenhuijs opnieuw door de katholieken gebruikt wordt voor eredienst en wel onder de volgende voorwaarden:

pastorie_brandsestraat.jpg
Voormalige Pastorie Brandsestraat


a) De schepenen en kerkmeesters van Mill zijn gehouden voor het gehele onderhoud te
zorgen wat betreft het dak, de muren, de vensters en het glas, de deuren en de vloer.
b) De godslamp zal dag en nacht brandend worden gehouden op kosten van schepenen en kerkmeesters.
c) Jaarlijks zal 26 gulden aan huur worden betaald.

De overeenkomst was getekend door de graaf de Dongelberge, Antonij Verstraaten, Hendrick Derck Jans, Peter Jans, Tonisse en de huismeester van Aldendriel Govert van Dijck.

Speurwerk naar de plaats waar in huize Aldendriel de schuilkerk was ingericht, heeft helaas geen resultaat opgeleverd. Lettend op de aantekening in het contract dat vensters en dak onderhouden moesten worden, zou het op de zolder geweest kunnen zijn in de rechtervleugel, rechts van de poort. Aldus boven het woongedeelte van de huismeester. In het jaar 1744 kwam er een einde aan de vestiging en het gebruik van de schuilkerk op Aldendriel. Er was inmiddels een schuurkerk gebouwd bij de oude pastorie, nabij Aldendriel. De bouw van een schuurkerk werd eveneens oogluikend toegestaan, een kerk in de vorm van een schuur vertoonde geen katholieke aspiraties en dat mocht!. De grootte van deze kerk was 25 meter lang, 4,40 meter breed, 5,6 meter hoog, aan iedere kant waren 10 ramen, een deur was 1,80 meter breed en een andere deur 1,2 meter breed.
Met de komst van de Fransen komt er rond 1800 een einde aan de onderdrukking van de R.K. godsdienst en nemen de katholieken weer bezit van de kerk in de kom.

aldendriel_jan_de_beijer_1743.jpg
Prent van Jan de Beijer ( hoogstwaarschijnlijk), anno 1743 van het kasteel Aldendriel.

De prent en het kasteel tekening Jan de Beijer.
Recentelijk kwam een fotokopie tevoorschijn van een fraaie pentekening, waarop kastelenkenners zonder al te veel moeite het huis Aldendriel in een 18e-eeuwse setting zullen herkennen. De verblijfplaats van het origineel van deze tekening is vreemd genoeg nog steeds niet achterhaald, al gaat de speurtocht door. De afbeelding is niet gesigneerd of gedateerd. De gehanteerde tekenstijl en de betrouwbaar ogende detaillering doet echter vermoeden dat we zeer waarschijnlijk met een onbekende de Beijer te doen hebben. We weten dat Jan de Beijer op 23 en 24 september 1743 in Mill verbleef en er twee tekeningen maakte van de ruïne van de gotische St. Willebrordkerk en een van de O.L. Vrouwekapel. Het zou inderdaad vreemd zijn als hij daarbij Aldendriel niet in een schets zou hebben meegenomen. Een onbekende de Beijer uit 1743 is al met al dus zeer goed mogelijk.
De fraaie prent, mits hierbij voor echt verklaard, kan ons uitstekend van nut zijn om wat meer licht te laten schijnen op enkele bouwhistorische problemen waar ir. Temminck Groll indertijd mee worstelde in zijn beschrijving van Aldendriel.



Zo valt op dat de aanbouw van het hoofdgebouw aan de binnenplaatszijde uit 1763 ( waardoor de vakwerkrand van buitenmuur tot binnenmuur werd), in 1743 geheel of gedeeltelijk een soort voorganger moet hebben gehad, gelet op de schuin aflopende dakbedekking aldaar. Boeiendis het ook de topgevel op het oosten nog eens te bezien. Duidelijk is nu dat de laat 18e -eeuwse trapjes van IJsselsteen terug gaan op een oudere trapgevel in dezelfde stijl, al komen we op de tekening met een trapje minder uit.
Het vreemde platte profiel als verlengstuk van de kroonlijst lijkt geïnspireerd te zijn door een ( natuursteen?) band, die daar ( en wat lager) de oostgevel sierde. We merken tevens op dat de vensters van d eerste verdieping hier een andere indeling kenden en voorzien waren van ontlastingsbogen in accoladevorm.
Of de beide schoorstenen inderdaad hun plaats pas eind 18e -eeuw gekregen hebben en niet eerder is niet haarscherp uit te maken, maar lijkt ook niet onmogelijk. De hoofdvleugel (of een directe voorganger) moet in een eerder stadium naar het westen toe ook korter geweest zijn, getuige de teruggevonden funderingsresten hier. Met behulp van onze raadselachtige prent kunnen we ook het mysterie oplossen van de opgegraven fundamenten op het hoofdeiland voor de trapgevel van het hoofdgebouw. We zien op de afbeelding hier een lage voorbouw aansluitend op de ingangspartij en zo te zien met een ommuurde tussenruimte ten opzichte van de hoofdbouw. Dit laatste ongetwijfeld om daar het licht voor kelders en begane grond niet helemaal weg te nemen.
Tot slot de ingangspartij. Temminck Groll zag hierin een nieuwbouw uit begin 19e- eeuw,
waarbij hij de beide trapgevels links en recht van de poort als opvallend en in historiserende stijl bestempelde.

De eigenaren van Huize Aldendriel.
EIGENAAR: 1. Jonker Hendrik van der Voort
TIJD: 1500
BEMERKINGEN: Gehuwd met jonkvrouw Bertha

EIGENAAR: 2 Bartholdus van der Voort , zoon van eigenaar 1
TIJD: 1545
BEMERKINGEN: Gehuwd met Anna van der Veld dochter van Gijsbertus, kanunnik in
Den Bosch

EIGENAAR: 3 Aelbrecht van der Voort
TIJD:
BEMERKINGEN: Gehuwd met Johanna van der Mheer.

EIGENAAR: 4 Barthold van der Voort
TIJD: 1636
BEMERKINGEN: Gehuwd met Maria van Eijck van Blaerthem

EIGENAAR: 5 Philippus Carolus de Donghelberge
TIJD :
BEMERKINGEN: Verwant met de familie van der Voort

EIGENAAR: 6 Baron Hendrik Aelbert de Donghelberge
TIJD:
BEMERKINGEN: geen

EIGENAAR: 7 Frans Hijacinth de Donghelberge
TIJD:
BEMERKINGEN: Zoon van 6

EIGENAAR: 8 Graaf Antoon Max. de Pas de Feuquieres
TIJD: 1754
BEMERKINGEN: Gehuwd met Odilla van Stepraedt

EIGENAAR: 9 Willem de Liedel
TIJD: 1772
BEMERKING: Benoemd tot erfgenaam door Odilla.

EIGENAAR: 10 Petrus Wilhelm de Liedel
TIJD: 1810
BEMERKING: Zoon van 9. Gehuwd met Anna Eleonora Ottillia Baronesse de
Schloissnigg von Ebergassing ( Wenen).

EIGENAAR: 11 Frans Baron de Schloissnigg
TIJD: 1849
BEMERKING:

EIGENAAR: 12 Generaal Frans de Schloissnigg
TIJD:
BEMERKING:

EIGENAREN: 13 W. Verstraaten en J. Hermanussen
TIJD: 1903
BEMERKINGEN:

EIGENAAR: 14 Familie Hermanussen
TIJD: 1930
BEMERKINGEN:

EIGENAAR: 15 De heer Drs. J.A. van Oudenaarde
TIJD: 1962
BEMERKING:



De bewoners van Aldendriel.
De vroegste Heer van Aldendriel die ons tot nu toe bekend is, is jonkheer Hendrik van der Voort, die gehuwd was met jonkvrouw Bertha , begin 1500. Vermoedelijk stammen zij van het kasteel de Voort bij Groeningen, gemeente Vierlingsbeek in het Neder Ambt van Cuijk. Het wapen van de familie van der Voort van Aldendriel is hetzelfde, namelijk een rode lelie op zilveren schild, met daaromheen vijf rode blokken.

1545; De tweede Heer van Aldendriel is Aelbrecht van der Voort, de zoon van Hendrik en Bertha, die in 1542 huwt met Anna van der Velde, natuurlijke dochter van Gijsbertus van der Velde, kanunnik te 's-Hertogenbosch. Barthold neemt op 10 oktober 1545 de bezittingen van zijn vader over en koopt er nog een hofstede bij.

ca. 1600; De derde Heer van Aldendriel is Aelbrecht van der Voort, Heer van Aldendriel en schout van het neder ambt van Cuijk. Hij huwt met een afstammelinge van een zijtak der Heren van Culemborgh.

1636; De vierde Heer van Aldendriel is Barthold II van der Voort, die in 1636 huwt met met Maria van Eijck van Blaerthem, dochter van van Goyart en Hechteld van Broekhoven.

1699; Van de Van der Voorts komt Aldendriel in 1699 aan een haar vermaagschapte familie van Zuid Nederlandse oorsprong, de jonkheren Van Dongelberghe ( in 1662 baronnen van Dongelberg en Corbeek, van ouds verwant aan de Glimes de Borhout etc.).
De Van Dongelbergs voeren als wapen een rechtopstaande zilveren lier op zwart schild met daaroverheen een rode schuinbalk.

1727; Op 8 maart 1727 draagt baron Philippus Carolus de Dongelberg het kasteel met annexe goederen over aan Hendrik Aelbert van Dongelberg.

1737; Op 26 januari 1737 koopt baronesse Catherina Marga van Eijck, weduwe van H.A. van Dongelberghe en Hendricus Deckers, weduwe van wijlen Geert Ariens en haar zoon Engel Jan Leenders een huis met hof met annexe landerijen.

1753; Nadat Philip Charles op 14 juni 1753 overlijdt , wordt Frans Hijacinth de Dongelberg met verschillende percelen onder Mill beleend.

1754-1772; Op 5 juli 1754 koopt Graaf Antoon Maximiliaan de Pas de Feuquieres, Heer van Well, en Odilia, geboren Van Stepraedt voor fl. 11.000,00 het oude huis Aldendriel en 15 stukken bouwland daarbij behorend. Na de dood van haar man benoemt Odilia Louisa Cherikuna de Stepraedt bij testament Willem de Liedel tot haar erfgenaam, die daardoor Aldendriel met aanhorige verkrijgt.

1772-1777; Willem de Liedel is de zoon van een Pruisisch grensambtenaar. Hij wordt chirurgijn op een van de schepen van de V.O.C. In de functie van onderkoopman, later koopman, verblijft hij 13 jaar in Indië waar hij veel geld verdient. Willen ontdekt dat hij door de familie Kramp een ver verwijderd familielid van de Pas is en wordt erfgenaam. Hij koopt te Frankfurt de titel van Chevalier en voegt hieraan, na het overlijden van de graaf de Pas, de titel de Well toe. Hij huwt op latere leeftijd met de zeer jonge Antwerpse schependochter Theresia ( Maria ) Coget. die op 33-jarige leeftijd overlijdt en De Liedel twee kinderen nalaat. Hun zoon Petrus Wilhelmus de Liedel de Well, Bergen, Andaal en Aldendriel, geboren op 17 mei 1774 is de negende Heer van Aldendriel. ( Hij wordt baron op op 9 oktober 1822). Hij huwt met Eleonora Ottillia, baronesse de Schloissnigg van Ebergassing ( uit Wenen ).
Petrus Wilhelmus de Liedel de Well overlijdt op 2 december 1852. Hun zoon Willem Louis Jan Baptiste de Liedel de Well overlijdt voor zijn vader te Bonn op 18 maart 1849. De bezittingen komen dan in handen van een neef van zijn vrouw, die echter van het kasteel geen gebruik maakt. Mej. Marianne van Evers krijgt het vruchtgebruik van Aldendriel. Zij overlijdt op 21 juli 1878.

De familie Verstraaten was rentmeester voor de Liedels van de Millse goederen waaronder Aldendriel. Door Anna Eleonora komen de bezittingen van Petrus Wilhelmus de Liedel aan de Schloissniggs. Frans Baron de Schloissnigg, geboren 1807, huwt in 1842 met Augusta Baronesse van Pilgram en wordt heer van Aldendriel. Zijn zoon Frans Seraph. Joh. Baptist, geboren18 november 1842, gehuwd met Sophie Gravin Cavriani ( geboren 4 november 1847 ), volgt hem op. Deze verkopen de Wellsche en Millse goederen in 1903.

1903; Aldendriel wordt verkocht aan de heer W. Verstraaten en de heer J. Hermanussen, terwijl het in 1930 geheel in handen komt van de familie Hermanussen.

1962; In 1962 koopt de heer Van Oudenaarde het kasteel en is tot op de dag van vandaag eigenaar en bewoner , peildatum Mill augustus 1999 .

1990; De gebouwen van de voorburcht worden in gebruik genomen door Party-Catering Service Rob Hoefs uit Uden.

aldendriel_binnenplaats.jpg

Binnenplaats kasteel Aldendriel


De bouwgeschiedenis van huize Aldendriel.
Het Huis Aldendriel ligt circa 400 meter te oosten van de kom van het dorp Mill en wordt reeds genoemd in 1474 als een Huis te Mill. Alhoewel de naam niet wordt vermeld, mag men aannemen dat hiermee Aldendriel wordt bedoeld.
Omstreeks 1500 wordt de naam wel genoemd en ook die van de eerste heer van Aldendriel die tot nu bekend is: jonkheer Hendrik van Voort. Het huis is dan reeds in het bezit van een cijnsboek. Het gebouw is door de eeuwen heen diverse keren verbouwd en vergroot. Een volledige bouwgeschiedenis kan ( nog ) niet worden vastgesteld, terwijl ook niet volledig bekend is welke bewoners de verbouwingen hebben laten uitvoeren.
In het keldergewelf onder het oostelijk deel van het hoofdgebouw is baksteen van het formaat 27 x 14 x 7 cm. gebruikt, waaruit zou kunnen worden geconcludeerd dat de bouw van circa 1500 of zelfs vroeger dateert, maar omdat de zijmuren van deze kelders zijn opgetrokken van baksteen met het formaat 22 x 11 x 5,5 cm. en niet dikker zijn dan 40 cm. , wordt verondersteld dat secundair materiaal is gebruikt voor deze gewelven. Het is wel duidelijk dat het hoofdgebouw het oudste gedeelte is.
Vermoedelijk zijn het hoofdgebouw en de bijgebouwen rond de binnenplaats eerst alle in vakwerk opgetrokken en zijn ze stuk voor stuk langzamerhand in baksteen vervangen.
De bouwnaden doen vermoeden dat een groot gedeelte van de westvleugel uit dezelfde tijd stamt als de buitenommuring van het tegenwoordige hoofdgebouw en dat daarna de bebouwing aan de zuidzijde in etappes is opgetrokken, het laatste die aan de oostzijde.
Opmerkelijk is dat de op de binnenplaats gerichte zuidgevel van het hoofdgebouw nog uit een vakwerkconstructie bestaat. De vulling is nu vervangen door baksteen. Op de zolder is dat vakwerk het beste te herkennen. Waarschijnlijk is deze vakwerkmuur gehandhaafd omdat in 1763 aan de binnenplaatszijde van het hoofdgebouw een lagere aanbouw werd gemaakt, waardoor deze muur niet langer buitenmuur bleef.
Aldendriel bleef tot het einde van de 17e eeuw in handen van de familie Van der Voort. Uit deze periode dateert het tegenwoordige hoofdgebouw nog en met uitzondering van de westvleugel is verdere bebouwing mogelijk jonger.
De vrede van Munster in 1648 legt de macht over het noordelijk gedeelte van het hertogdom Brabant ( het zogenaamde staats-Brabant ) in handen van de protestantse Republiek de Zeven Verenigde Gewesten. Het gevolg hiervan is dat de katholieke bevolking haar kerken moet afstaan aan de protestanten. Na de overdracht van de Millse kerk aan de protestanten, stelt de toenmalige heer van Aldendriel, Barthold van der Voort, een gedeelte van zijn huis ter beschikking om als schuilkerk dienst te doen. Welk gedeelte is niet bekend, waarschijnlijk de westvleugel, die oorspronkelijk een grote ruimte was doch later in meerdere vertrekken is verdeeld.
Het hoofdgebouw heeft later verschillende veranderingen ondergaan. Sporen van de oude toestand zijn nog: Het gedichte midden venster op de hoofdverdieping in de oostgevel en in de noordgevel onder de goot op regelmatige afstanden voorkomende ( met twee koppen gedicht ) gaten, die mogelijk de plaats aanduiden van vroegere consoles.
Op het einde van de 17e eeuw gaat het huis door vererving over op het geslacht Van Dongelberghe dat het tot 1754 in eigendom heeft.
Volgens een akte van 11 april 1729 is Aldendriel nog ( voor een deel ) in gebruik als kerk. Er wordt in deze akte overeengekomen dat de heere schepens ende kerckmeesters gehouden wesen de geheele kercke soo in dack, mueren, gelaesen deuren en vensters, vloer, etc., te vollen onderhouden voor den tijt van thien naervolgende jaeren waer van den eersten aanvanck sal nemen den eerste januarij seventhien hondert twintich ende so van jaere tot jaere .
Vermoed wordt dat in deze periode ( circa 1700-1754 ) de ombouwing van de binnenplaats verder is voltooid. In het oostelijk gedeelte van de zuidelijke vleugel worden tijdens de bouw van de buitenzijde een reeks, later dichtgemetselde, tweelichten aangebracht welke toen ook in het reeds voltooide westelijke deel zijn voortgezet. In het meest westelijke deel van deze zuidgevel geeft een gleuf in het muurwerk de indruk dat hier een venster met balkon of overkraagde uitbouw heeft gezeten. Het feit dat de bouwnaden in de buitengevel niet kloppen met die van de binnenplaats, versterkt de mening dat we hier met muur-voor-muur vervanging van oudere constructies ( in vakwerk ) te doen hebben.
Aardig is het beeldje met AD ( Alde Driel ? ) boven de nu dichtgemetselde oostelijke grote poort in de zuidwand van de binnenplaats.
Zeer belangrijk is de periode van Graaf de Pas de Feuquieres (1754-1772 ), die eerst in geldnood verkeert maar later dankzij de heer Willem de Liedel uit Rotterdam in gunstiger omstandigheden komt en vele verbeteringen aan laat brengen.
De koopakte van 4 juni 1754 geeft ons een indruk van het huis: Het oud adelijck Huijs Aldendriel met de annexe soo boven als benede Huyzingen en Getimmers, soo ende gelijk alle 't selve met Hoof en Boomgaard in sijne binne en buijten gragten, heggen en wallen onder den dorpe Mil, erkentelijk staande en gelegen is, met allen 't gene in d'huijsinge en getimmerten aard, muur en nagelvast is, met het Thijnsboek, jacht en duijvenvlugt, mitsgaders vrijdom van de ............ en alle andere regten en preveligien van outs tot dit Adelijk Huijs gehorende, alsmede alle de houdgewassen, soo opgaande als hiephout, als om, en op de erven van 't voorschreven huijs .

kasteellaan_aldendriel.jpg

De aanbouw aan de binnenplaatszijde van het hoofdgebouw is door de muurankers te dateren op 1763. Deze aanbouw bestond uit een hal met een trap ( oorspronkelijk een spiltrap ; later werd het bovenste deel gewijzigd in een rechte steektrap ).
In deze hal ligt een fraaie vloer van marmeren tegels van 39 x 39 cm. Daarnaast bevindt zich de keuken met grote schouw en pomp.
Het zuidelijke dakschild van het dak over het hoofdgebouw is over deze aanbouw doorgetrokken. De gording van de aankapping wordt door nauwkeurig bewerkte consoles gedragen. De raam stijltjes in de dakkapellen zijn aardig geprofileerd. In de poort van de grote, tegenover het kasteel gelegen, boerderij vermeldt een gevelsteen in het Latijn het volgende: de echtelieden Antoon Maximiliaan, Graaf de Pas de Feuquieres , de laatste van deze naam en Odillia Louisa, Gravin de pas de Feuquieres, geboren de Stepraedt, Heer en Vrouwe van de Baronien van Well en Bergen en Annendael, hebben wij het poortgebouw en dit zeer oude kasteel Aldendriel vernieuwd in het jaar 1765.
De poort vormt met de gehele boerderij een zodanige eenheid, dat met poortgebouw kennelijk de gehele boerderij bedoeld is. Wat de vernieuwing van het kasteel betreft, zijn er behalve de genoemde gedateerde aanbouw vele andere details die wijzen op bouwactiviteiten in deze tijd. In het hoofdgebouw vinden we zowel op de begane grond als op de verdieping schouwen met provinciaalse Lodewijk XV- motieven ( een schouw heeft nog Lodewijk XIV-motieven en is vermoedelijk iets ouder. Misschien stamt hij uit de begintijd van Graaf de Pas, 1754) en zal dan in het derde kwart van de 18e eeuw gebouwd zijn. Ook in de westelijke vleugel vinden we zo'n schouw.
Verder heeft men de noordgevel van het hoofdgebouw een 18e -eeuws karakter karakter willen geven door:
- De middenpartij iets naar voren te doen springen . Dit gevelgedeelte is nu plaatselijk een kop dikker dan de overige delen. Het naar voren gebrachte metselwerk is goed ingewerkt in het oudere, maar aangebracht in staand verband, terwijl de overige delen in wijd verband zijn opgetrokken..
- de vroegere goot op consoles ( ? ) te vervangen door een soort kroonlijst-achtig motief, opgebouwd uit uitgekraagde baksteen en pleisterwerk. Deze kroonlijst is omgevoerd langs de oost- en westgevel. Vooral de omvoering langs de topgevel aan de oostkant is merkwaardig. Het profiel is daar als het ware tot een verticaal vlak platgedrukt omdat het bovengedeelte van de gevel nu eenmaal niet uitkraagt ten opzichte van het onderste gedeelte.

aldendriel_in_de_winter.jpg
Kasteel Aldendriel winter tafereel anno 1905

Met dit bovengedeelte is overigens ook iets bijzonders aan de hand . Het is een trapgevel, waarvan de trappen zijn opgetrokken in een kleine geelkleurige baksteen van 16x8x4 cm. Dit zou laat 18e -eeuwse IJsselsteen kunnen zijn. Het binnen gedeelte van deze topgevel is evenals het deel onder de kroonlijst van de grotere, en in deze streken door de eeuwen heen gebruikelijke, baksteen van circa 22x11x5 cm. gemaakt. De trapgevel en de korfbogen boven de vensters lijken vroeg 17e-eeuws. Als de trapgevels bij een herstelling of vernieuwing van de genoemde kleine stenen werden opgebouwd is het dus wel zeker dat deze herstelling plaats vond voor of na de verbouwingen door de Graaf de Pas waarbij immers steeds getracht werd, al is het ook soms met zeer bescheidenmiddelen, het gebouw een 18 -eeuws karakter te geven. Dat het pas na deze verbouwing is gebeurd, is wel mogelijk omdat ook de oostgevel van het poortgebouw ( circa 1800 ) met twee trapgevels werd opgetrokken. Bovendien komen de kleine geelkleurige steentjes onder de kroonlijst verder in het geheel niet voor terwijl men dit, bij een rechte voortzetting van de scheidingslijn tussen grote en kleine steen, wel zou verwachten.
- Nieuwe schoorstenen aan te brengen op het dak. Op de zoldervloer kan men duidelijk zien dat deze schoorstenen pas in een later stadium deze plaats gekregen hebben. Qua constructie is de ondersteuning vrij primitief en de kanalen moeten een grote afstand overbruggen. Bij de plaatsing is alleen gelet op het effect van buitenaf; ze staan symmetrisch ten opzichte van de dwars-as van het gebouw. - Enige wijzigingen aan te brengen in de plaatsing van de vensters.
Tijdens de bewoning van Pierre Guillaume de Liedel de Well ( 1777-1852 ) is een nieuw ingangspartij gebouwd als buitengevel van de oostelijke vleugel, bestaande uit twee trapgevels met elk vijf venstertjes aan weerzijde van de poort. De venstertjes aan de linkerzijde zijn later dichtgemetseld en als raampjes beschilderd. De rechtse zijn nog aanwezig en duiden samen met het metselwerk aan dat de gevel uit het begin van de 19e -eeuw dateert. De vraag is in hoeverre het hier een herbouw in de vorm van een vroegere poortgevel betreft, hij doet als zodanig vrij onwaarschijnlijk aan. Het is niet uitgesloten dat de heer de Liedel de Well niet alleen zijn eigen afkomst, maar ook een van zijn huizen ouder wilde doen schijnen dan in werkelijkheid het geval was. In dat geval hebben wij met een zeer vroeg voorbeeld van bouwen in historiserende stijl te doen.

aldendriel_5.jpg
Kasteel Aldendriel anno 1950

Aan de binnenzijde van het poortgebouw is het oudere muurwerk vrij slordig gemetseld. Men heeft getracht dit voor het oog te verbergen door de vlakken rood te schilderen en daarop een regelmatige voegverdeling aan te brengen. Hier van zijn nog sporen te zien.
Overige, van ondergeschikt belang zijn de veranderingen in binnenmuren en deuren. Vermoedelijk is ook het naast elkaar voorkomen van en schuiframen ( met kalf en vroeger ook luikjes ) en stolpramen in dit gebouw te verklaren door vroeg 19e -eeuwse wijzigingen van 18e -eeuwse vensters. Bij enkele kozijnen zijn de veranderingen nog zichtbaar.
Een Lodewijk-XVIe aandoend interieurdetail is de balkversiering in de westelijke benedenzaal van het hoofdgebouw.( deze bak hangt met een ijzeren strip aan de moerbalk van de bovenliggende vloer ).
Pierre Guillaume de Liedel de Well, zoon van Willem de Liedel de Well en gehuwd met Anna Eleonora Ottilia van Schloissnigg van Ebergassing overlijdt in 1852 en Aldendriel komt dan in handen van een neef van zijn vrouw, die echter van het kasteel geen gebruik maakt. Mej. Marianna von Evers krijgt het vruchtgebruik van Aldendriel. Zij overlijdt op 21 juli 1878 Een boer krijgt gedurende die tijd ( 1852-1878 de kamers rechts van de poort ter bewoning en ook de ruimtelinks er van in gebruik. Hij moet daarvoor het onderhoud van het kasteel verzorgen.
In 1898 wordt door notaris Verbunt in opdracht van de heer F.J. Barton de Schloissnigg hout en andere zaken publiek verkocht.
Het kasteel blijft eigendom van de familie van Schloissnigg tot 1903. In dat jaar wordt het kasteel verkocht aan W. Verstraaten en J. Hermanussen. In 1930 komt het geheel in handen van de familie Hermanussen. Later wordt het gedeeltelijk bewoond door de beeldhouwer Evers.
Na 1945 zijn slechts enkele noodherstellingen uitgevoerd. In de noordoosthoek zijn enkele funderingsresten gevonden en op de kadastrale kaart van 1812 staat die hoek volgetekend. Waarschijnlijk heeft hier een , later gesloopte, kleine aanbouw gestaan.
Het bescheiden kasteeltje heeft vele verbouwingen en veranderingen ondergaan, die lang niet alle nauwkeurig te onderkennen zijn maar die met elkaar door hun wisselvalligheid het geheel een schilderachtig uiterlijk geven.

Aldendriel1950.jpg
Kasteel Aldendriel anno 1950


De restauratie van Huize Aldendriel.
Rond 1955 werd er gecorrespondeerd en een bestek met tekeningen gemaakt om te komen tot de verbouwing van het kasteel Aldendriel als gemeentehuis. Deze plannen zijn ( gelukkig ? ) niet doorgegaan.

De restauratie van 1962.

aldendriel_1.jpg
Kasteel Aldendriel voor de restauratie van 1962.
Mr. R Hofke, de toenmalige directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, richt zich op 7 juli 1961 tot de Gemeente Mill en St. Hubert met het verzoek om zich over het kasteel Aldendriel te ontfermen daar het in zeer vervallen staat is en binnenkort wellicht niet meer te behouden zal zijn . Hij verzoekt er een passende bestemming voor te vinden omdat de huidige eigenaar daar geen kans toe ziet. In een advertentie in een landelijk dagblad van 26 februari 1962 wordt het kasteel te koop aangeboden.
Hierop reageert de Consul van El Salvador, de heer P. van Eck, door te informeren naar de vraagprijs, de grootte van het kasteel , de restauratiekosten, of het kasteel op de monumentenlijst was geplaatst en eventuele andere gegevens welke voor een mogelijke koper van belang konden zijn. Ook komt er een reactie van de heer P. Krijnen van het kasteel Genhoes te Valkenburg, die meedeelt dat zijn vader tussen 1905 en 1910 uit Aldendriel drie antieke meubelstukken heeft gekocht van de familie Verstraaten, die nog steeds in zijn bezit zijn.
Begin 1962 gaat het eigendom van het kasteel over aan Drs. J.A. van Oudenaarde, wonende te 's-Gravenhage.
In een schrijven van het toenmalig Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen d.d. 16 oktober 1963, gericht aan het College van Burgermeester en Wethouders van de Gemeente Mill en St. Hubert wordt onder meer het volgende gesteld : Het kasteel, daterende uit de 17e en 18e -eeuw, bezit een dergelijke oudheidkundige waarde dat het behoud ervan van groot belang moet worden geacht, reden waarom de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant zijn verzocht met een subsidie bij te dragen in de kosten van dringend noodzakelijk gebleken restauratiewerkzaamheden.

aldendriel_2.jpg
Kasteel Aldendriel voor de restauratie van 1962.
De heer van Oudenaarde heeft het architectenbureau Kooreman-Raube te Delft verzocht een onderzoek in te stellen naar de toestand van het gebouw, waarop deze in een schrijven van 2 oktober 1962 als volgt bericht:
De toestand, waarin het uitwendige van het gebouw, dat wil zeggen, voornamelijk het metselwerk verkeert. is over het algemeen redelijk te noemen. De hoek van de bijgebouwen die zich links van de ingangspoort bevindt, moet worden hersteld, omdat zich hier een ernstige scheur bevindt. Van het metselwerk vlak boven het maaiveld aan de lange zijde van het hoofdgebouw zijn grote stukken los geraakt; ook dit zal zo gauw mogelijk moeten worden ingeboet, omdat er gevaar bestaat, dat door de werking van vorst, deze gaten steeds groter zullen worden. De kap verkeert over het algemeen in goede staat, wel moet zo spoedig mogelijk de leien dakbedekking op het woongebouw worden aangebracht, omdat er anders gevaar bestaat, dat door lekkages delen van de kapconstructie gaan rotten, met als gevolg gevaar voor schimmel en zwamoptreding.
Wat ons echter zeer veel zorg baart, is de toestand waarin het interieur van het woonhuis verkeert. Door de huidige bewoner wordt niet de minste aandacht aan het meest elementaire onderhoud van het kasteel besteed. Het geheel bevindt zich in een vervuilde staat, aan optredende lekkages aan ramen en dergelijke wordt geen aandacht besteed, er wordt niet geventileerd, met als gevolg, dat in het houtwerk, vooral in de galerij, zwamvorming heeft kunnen optreden. Op vele plaatsen ( onder andere kamers op de verdieping en zolder ) zijn de vloeren gedeeltelijk weggeteerd, iets waaraan nooit aandacht is geschonken. Ook de balklagen zijn niet betrouwbaar meer. Het is op dit moment niet van gevaar ontbloot om zich door verschillende vertrekken te bewegen. Her grootste gevaar wordt op dit moment opgeleverd door een zware schoorsteen, die op de zolder bezig is langzaam door een verteerde balklaag naar beneden te zakken. Wanneer dit gevaarte eenmaal losraakt zullen de eronder liggende balklagen volkomen worden vernield. In de korte periode waarover zich onze onderzoeken onderzoeken hebben uitgestrekt, konden wij constateren dat er in dit schoorsteenlichaan werking zit.
Eveneens wordt gevaar opgeleverd door de gebrekkige voorziening op het gebied van de stook en verwarmingsmogelijkheden. Brandgevaar is niet uitgesloten.
Tot slot wijst men erop dat bewoning van het pand in dit stadium zonder meer onverantwoord is.
De daaropvolgende restauratie wordt uitgevoerd door aannemingsbedrijf N.V. De Bont en Zn. uit Nieuwkuijk.

aldendriel_4.jpg

Kasteel Aldendriel voor de restauratie van 1962


Enkele verslagen en bijzonderheden van huize Aldendriel.

AldendrielKasteelMill_1905.jpg
Kasteel Aldendriel anno 1905

Brief van L. Verstraaten aan de Heer van Aldendriel. Mill, 11-03-1773.
Verstraaten heeft de brief van de Heer ontvangen en schrijft dat zijn familie en ook de pastoor en kaplaan het goed maken , wat hij ook hoopt van den Heer en Mevrouw en de verdere aanhorigen.
De zaken van den Aldendriel zijn goed op orde.
De granen, zowel rogge als boekweit liggen goed op zolder en zijn nog onverkocht. Het is zijn mening, dat de prijs in plaats van omlaag omhoog zal gaan. En omdat het zo variabel met dat artikel staat is hij enige tijd geleden te Well geweest en heeft met de heer Pastoor en Kaplaan van 't Huys erover gesproken. Zij waren ook van mening om niet te verkopen en nog wat te wachten, doch in geval de uitvoer voor Brabant toegestaan zou worden, de prijs der granen waarschijnlijk nog zou dalen.
De prijzen zijn 7 gulden per malder rogge en 4 gulden en 15 stuivers per malder boekweit en 22 malder per last.
Verstraaten heeft zoals voorgaande jaren, weer een partijtje hakhout en slechte bomen publiek verkocht voor 257 gulden en 10 stuivers, die aanstaande St. Maarten betaald worden.
De jonge bomen, eiken evenals iepen heeft hij doen opsnoeien en hij heeft enkele jonge populieren gekocht om op de lege plaatsen te planten Hij heeft eveneens 250 jonge eiken geplant.

De vensters van het Huys zijn nu ook allemaal dicht en ze hebben deze winter geen lekkage gehad. Het armenhuisje is weer in goede staat en wordt sedert november weer door de oude vrouw bewoond, maar dat mens wordt door haar hoge leeftijd zo sukkelachtig, dat Verstraaten zich over haar en het huisje dikwijls ongerust maakt. Er zou een tweede ongeluk kunnen gebeuren. Om dit te voorkomen zou het goed zijn, dat men nog een arm persoon zou toestaan bij haar te wonen om op haar en het huis te letten. Verstraaten zal hiermee wachten tot hij hiertoe de goedkeuring van den Heer krijgt.
Zoals de Heer hem geschreven heeft zal het goed zijn de pachters te gelasten de huishuren, die met Kerstmis vervallen zijn, prompt te voldoen, daar het niet goed is dat die pachters niet alle jaren bijbetalen.
Verstraaten groet de Heer mede namens de pastoor en de kaplaan.

Uit bovenstaande brief blijkt:
dat huize Aldendriel een opslagplaats voor granen is;
dat er opbrengsten zijn uit de verkoop van hakhout en bomen;
dat er aanplant van bomen is;
dat het huis onderhouden wordt;
dat Aldendriel een armenhuis bezit;
de brief was gericht aan Graaf Antoon Max. de Pas Feuquieres.


Resultaten bezoek Maastricht 29 juli 1997 door de heren B. Boffen, G. van Hout, W. Sweens.
Het klijn Ven; dit ven lag tussen Beerse weg en Brandse straat.
Groot Ven; lag in de richting van St. Hubert.
Schans; het driehoekig veld ten noorden van het kasteel
Kasteelvelden; tussen kasteel en Brandse straat.

Bouwhof De Straethof: eigenaar Aldendriel. Huurder in 1833 Herm. v. Cuijck-Brienen huis schuur en smiss. Huurder in 1884 Willem van Zutphen, landbouwer en herbergier.
Smidse.jpg
Smidse behorende bij bezittingen Aldendriel


Bouwhof Kasteelshof: eigenaar Aldendriel huurder in 1888 Joh. en Mart. Cruijsen.

Bouwhof De Neerhuizing: eigenaar Aldendriel huurder in 1833 Mathijs de Vaal en Ida Klomp. Neerhuizing is een Kasteelshof. Armenhuisje kadaster B 71.

Bouwhof Den Brand: eigenaar Aldendriel. huurder in 1833 Adriaan Kempen en Wolterina Davervelt. huurder in 1891 Gerardus Kempen, verkoop in 1903 aan Jan Thoonen.

Bouwhof de Cockse Beek: Eigenaar Aldendriel. huurder in 1833 en 1836 Martinus Veldpaus gehuwd met Paulina van Sambeek.

Bouwhof Het Molengat: eigenaar Aldendriel . huurder in 1883 Petronella Kempen weduwe van Corn. Vermeulen. huurder in 1888 Joh. Vermeulen B692 kadaster.

Bouwhof Petersheim: In het Molengat. huurder in 1832 Joh. Franssen gehuwd met Cornelia Creemers.

Bouwhof In de Meeren: eigenaar Aldendriel. huurder in 1833 Philipp Philippens gehuwd met Cornelia Senten.

Bouwhof De Schutberg : Koop van Aldendriel in 1755.

Nog enkele bijzonderheden van huize Aldendriel.
schatting van het bezit in 1899 huize Aldendriel:
In 1899 wordt een taxatie verricht van het totaal bezit van huize Aldendriel.

Aan grond............fl. 61260,40
Aan gebouwen.. fl. 14050,00
Aan houtgewas fl. 16428,28
Totaal....................fl. 91738,68

De Meidenkamer.
In 1782 meldt L. Verstraaten een inbraak op Aldendriel in de nacht tussen Pinkstermaandag en dinsdag zijn de dieven door de zolder van het Cleijn Camertjen naast de poort waar de meiden van Mevrouw slapen, binnengekomen door een plank uit de zolder te breken en aldus in de keuken.
In de keuken was niets te vinden en de glazen kast was op slot en de keukendeur op nachtslot.
Zij zijn onverrichterzake vertrokken en er is geen schade.


De remise.
In een akte van 1787 wordt gesproken over een korenzolder boven de remise het koetshuis, links van de poort.

Landbouwer P. Heijnen.
Landbouwer Peter Heijnen kreeg in 1854 in gebruik en bewoning de 2 eerste vertrekken tot de keuken rechts van de poort plus de kamer boven de 2 vertrekken . Vervolgens links van de poort het schob en de stal tot aan de remise.

Bij deze poort.
Hangt een Latijnse tekst uit het jaar 1765,; Wij hebben de poort gebouwd en dit zeer oude kasteel Aldendriel vernieuwd.
inscriptie_boven_poort.jpg
inscriptie boven de poort

Achter deze poort.
Liggen nog vele geheimen.


Tot slot een nawoord inzake de publicatie van de bouwgeschiedenis van kasteel Aldendriel.
Publicatie op website; naar intern rapport van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg door Ir. C.L. Temminck Groll, januari 1956.
Met dank voor de publicatie van de bouwgeschiedenis aan Prof. Dr. Ir. C.L. Temminck Groll, Amsterdam.

Onderstaand een fotoreportage van kasteel Aldendriel uit vroegere tijden, alsmede afbeeldingen van het interieur na de renovatie en modernisatie van het kasteel. De foto's komen uit de privé collectie van de heer W. Sweens.

fotoreportage_aldendriel_1.jpg


fotoreportage_aldendriel_2.jpg


fotoreportage_aldendriel_3.jpg


fotoreportage_aldendriel_4.jpg


fotoreportage_aldendriel_5.jpg


fotoreportage_aldendriel_6.jpg


fotoreportage_aldendriel_7.jpg



fotoreportage_aldendriel_8.jpg


fotoreportage_aldendriel_10.jpg


fotoreportage_aldendriel_11.jpg

Onderstaande opnames van het interieur zijn ten tijde dat de Familie van Oudenaarde eigenaar is van het kasteel Aldendriel begin 1960 tot eind 1999. De heer J. A. van Oudenaarde heeft mede met behulp van subsidie het kasteel geheel gerestaureerd en gemoderniseerd.
De foto's zijn rond kersttijd genomen en de bloemstylist A. Berends zorgde voor een feestelijke en fleurige aankleding van het interieur.



fotoreportage_aldendriel_12.jpg


fotoreportage_aldendriel_14.jpg


fotoreportage_aldendriel_15.jpg


fotoreportage_aldendriel_16.jpg


fotoreportage_aldendriel_17.jpg



fotoreportage_aldendriel_18.jpg


fotoreportage_aldendriel_19.jpg

fotoreportage_aldendriel_25.jpg





fotoreportage_aldendriel_20.jpg

fotoreportage_aldendriel_23.jpg

fotoreportage_aldendriel_24.jpg



fotoreportage_aldendriel_21.jpg

fotoreportage_aldendriel_22.jpg


Echtp_vandenOudenaarde.jpg
Echtpaar Van Oudenaarde


parkaldendrielmetkasteelaldendriel.JPG
Kasteel Aldendriel met op de voorgrond ons prachtig Aldendriel Park

menu

  • Kasteel Aldendriel inclusief fotoreportage
  • Verslag ontspoorde Duitse pantsertrein
  • Gemeente Mill en St. Hubert: de geschiedenis in vogelvlucht
  • De geschiedenis van de Princepeel inclusief fotoreportage
  • Kasteel Tongelaar inclusief fotoreportage
  • De Kerk in Mill door de eeuwen heen.
  • Het gilde van St. Catharina
  • "Wie de geschiedenis kent, leeft dubbel"
  • De Acaciahof
  • Ergens, waar in Nederland ; door A.H. de Bekker
  • De Kerk van de Heilige Willibrordus te Mill
  • Orgelbouwer Arent van Lampeler Mill
  • Het Patronaat in Mill
  • De erfenis van Graaf Ebroinus AD 721?
  • Pussele de erfenis van Sint Willibrordus Anno Domini 739
  • Mill in het eerste milennium omstreeks AD 1000
  • Mill en de Joncfrouen en Heeren van Kuyc tot 1400
  • De Millse samenleving omstreeks de 14e eeuw
  • Van Mylle tot Mill, rond d'n Moelendicke Ad 1600
  • Predikanten en Roomsche Paepen Ad 1600
  • Over Roomsche en Calvijnsche kasteelheren in de 16e eeuw
  • Over krijtende Heeren en morrend Volk, 17 e eeuw.
  • Dominees tempel en het kapelleke van de gelovigen ad 1715
  • Het Kapelleke, de gelovigen en de wraeke anno 1715
  • Over de wonderen van de bedevaarten in de 16e en 17e eeuw.
  • Over Grande Routes en Snaphanen in de Roomsche Capelle
  • Over de gezworenen, de borgen en de nasleep anno 1715
  • Over doop- en trouwboeken, hoog bezoek en prelaten 17 eeuw
  • Van Kerkepad, Pastoors en Paepsche stoutigheden 17-18de eeuw
  • Van de Hof Pisla, de Abdij, Stericdijcke en de schuur uit 1667
  • Kapel Onze Lieve Vrouw ten Hove
  • Feestgids uitgegeven bij het 70 jarig bestaan van de zangvereniging AMPHION-VONDEL te Mill
  • Bakhuizen in Mill en daarbuiten