Predikanten en Roomsche Paepen Ad 1600


De Gelderlander, 24 oktober 1998 : monnikenwerk redt predikanten van de brandstapel. En dat in Nijmegen, waar in de 16de eeuw de Roomsen werden vervolgd en de heiligenbeelden met brandende pekkransen om de omgeving van de markt te verlichtten. Dat is nog eens vergevingsgezindheid.
Jaren later zal Nijmegen met haar Rooms Katholieken instituten, scholen, kerken en kloosters, klein Rome worden genoemd. Maar dat was toen. In de fotosessie Buitenkunst van de streekpagina van diezelfde Gelderlander ging dezer dagen ( 5 maart jl.) over een kunstwerk, dat op het voorplein bij het Radboudziekenhuis staat en als onbekend wordt opgegeven.
Gemeente Nijmegen noch universiteit weten niet, waar het vandaan komt en wat nog erger is, wat het voorstelt(!).
Dat weten wij wel. Het is de Engelbewaarder van de beeldend kunstenaar Nic Jonk van Schermer. Ooit logeerde het beeld in Mill. In 1991 stond het plotsklaps met sokkel en al op de parkeerplaats van de thans 50-jarige Firma Vermeulen. Even weg uit Nijmegen voor een bouwactiviteit. Mogelijk heeft deze Engelbewaarder sindsdien niet meer kunnen aarden.

Terug naar de historische sporen van onze voorouders. Dat in 1596 het verschil in geloofszaken tussen katholiek en protestant even maar flinterdun is gewesst, bewijst het volgende.
In dat jaar wordt in de parochie Wanroy, nog maar net afgescheiden van Mill, een nieuwe pastoor benoemd. Onze pastoor Floris van Cattenborgh eist, zo vlak naast zijn deur, van de abt van de abdij Marienweerdt, de benoeming van een ongehuwde priester. In dezelfde brief vraagt hij zich af, of zijnen abt in Beesd nog wel Roomsch is, God syt geclacht(God geklaagd), of somwijlen ook al den nieuwen godsdienst is toegestaan. De abt antwoordt, zonder ergens op in te gaan, dat pastoor Van den Cattenborgh, buiten den deken om, zelf maar een kandidaat moet benoemen. Door de reformatie was het abdijleven destijds ontredderd. Veel witheren, kanunniken, gingen in staatse dienst, trouwden en of werden kapitein in het leger van de prins van Oranje. De abdij verviel, werd geconfisqueerd door de staat, de roomse godsdienst werd verboden en de paepen, de geestelijkheid, werden verdreven. Hoe moeten onze voorvaderen op deze verwikkelingen hebben gereageerd. Zij konden er vermoedelijk geen touw aan vastknopen.
Willem van Oranje was de baas in het Land van Cuijk, bevorderde gematigd de protestantse religie. Daarom vielen de Spaanse troepen onder leiding van Parma in 1586 het Land van Cuijk binnen en veroverden de vesting Grave. Zij waren de beschermers van de rooms katholieken, maar brandden wel even de kerken van Wanroy en Oeffelt plat. Grave smeekte de prins van Oranje de stad te komen ontzetten en de wrede Spanjaarden te verjagen. Feit is, dat de Oranjes, Willen en Maurits, hoewel protestant, de katholieken van het Land van Cuijk steeds een goed hart hebben toegedragen.
Maar, ze lieten wel Dominees benoemen. We krijgen dan te maken met van die kleine conflicten, die later een eigen leven gaan leiden.
Bep Claassens , heemkundige en auteur van het gedenkboek Parochie Mill 650 jaar ( uitgegeven heemkring 1976) noemt er een aantal.
Het is waard deze op een rijtje te zetten, opnieuw te onderzoeken en te boekstaven. Jefka van de Velden, historica en Theo Verheijen ,schrijnwerker hebben voor de Sint Stevenskerk in Nijmegen, de klus geklaard. Ze hebben 7 predikanten borden gerestaureerd onder het toeziend oog van Jan Broekhoff, de conservator van het voormalig museum , de Commanderie van Sint Jan Monnikenwerk, zeggen beiden. De borden vermelden 5 dominees, die eerst in Mill hebben gestaan en later zijn beroepen voor deze hoge post in Nijmegen. Ad 1618 Bernhardus Bonhovius, 1656 Martinus Fenacolius, 1670 Dionisius Morees en Johannes Wigersma en in 1691 Adrianus van Aardenne.
Van Ds. Van Aardenne hebben wij een copy doopboek in bezit, dat in 1694 aanvangt.
In 1782 staat de laatste doop vermeld, genoemd onder het hoofd Nederduitse Gereformeerde Gemeente.

Wordt vervolgd in het hoofstuk: Over Roomsche en Calvijnsche kasteelheren in de 16e eeuw.