Over de wonderen van de bedevaarten in de 16e en 17e eeuw.


tekening_van_Jan_de_Beyer_1743_boerderij_naast_kapel.jpg
Boerderij bij de oude kapel Maria ten Hove anno 1743 getekend door
Jan de Beijer.


De kapel van Maria ten Hove was mogelijk eeuwen geleden al een bedevaartsoord. Er hoeven niet altijd opzienbarende wonderen te gebeuren zoals in Kevelaer, alwaar in 1642 een rondtrekkende marskramer stemmen hoort , en zich verplicht een kapelletje te bouwen. En waar een gravure, een klein prentje van Maria van Luxemburg, het enig aanwijsbaar genadebeeldje is. Handel is al vanaf 1225 vermaard en beroemd om zijn (oorspronkelijk) geneeskrachtig water . Zuiver drinkwater was belangrijk rondom de Peel. Kindersterfte kwam veelvuldig voor. In Aarle-Rixtel was het weer een akkerman, die in 1420 een beeldje in het veld vond, waardoor zijn paard weigerde verder te trekken. Ter plekke werd later die vermaarde Kapel gebouwd.

Er wordt tegenwoordig lacherig en meesmuilend over geoordeeld. Men weet zogenaamd wel beter ( denkt men!) . De breukrand in de aardkorst zou de oorzaak zijn dat er van Uden , over Handel, Gemert, Esdonk met zijn spijkerkapelleke, Aarle Rixtel tot Ommel en Roermond zoveel bedevaartoorden zijn ontstaan. Daar kwamen de meeste onweren met blikseminslag en aardbevinkjes voor. Misoogsten en hongersnood waren het gevolg, armoede troef. Het machtswoord van de pastoor als reactie op al deze ellende was dan... als er nou geen wonder gebeurt, dan maken we een wonder!. Geloof het maar niet!.
Mensen zochten steun bij elkaar en verzamelden zich daar, waar ze konden bidden, mediteren, zich zingend uiten, kortom onze voorouders ondervonden van mekaar steun, troost en vooral bemoediging. Een positieve instelling, dat was op zichzelf al een wonder. In genoemd gebied, dat buiten het protestants toezicht viel, waren ze veilig, daar trokken geen muitende spaanse of staatse legers door, daar heerste de reformatie niet.
Volgens het aardrijkskundig woordenboek van Van der Aa, waarin Wichmans vertelt, dat in 1628 daags na Pinksteren meer dan 4000 mensen het Mariabeeld in Handel kwamen vereren, derwaards gekomen uit alle dorpen der Meijerij, Land van Ravenstein, Opper Gelder, Cleefslande en Lande van Cuijk, enzovoort kunnen toevalligheden zijn, maar wel toevalligheden, die te denken geven. Recentelijk overleed Toon Hermans op de sterfdag van Gemma Galgani, een heilige, waarin hij naar eigenzeggen, levenslang al vertrouwen had . De uitvaart vond plaats vanuit de devotiekapel van genoemde heilige in Sittard. Nogmaals toevalligheden, die te denken geven.
In het licht hiervan moet je ook de bedevaarten naar de Mariakapel in Mill zien. In het land van Cuijk was de roomse godsdienst verboden. Volgens de calvinisten was een eucharistieviering opgevoerde zwendelarij, en alle prevel-gebeden bij beelden afgodenverering in opdracht van de Paus van Rome. Vanwege de overheid aangestelde ambtenaren patrouilleerden hier en , deelden waarschuwingen uit. Delicten konden vlot worden afgekocht en soms, bij gebreke van de nodige gelden, was de uitspraak van de protestantse rechter een reprimande in de geest van-gaet ghij maar naar oe en paep, hij sal oe de biect doen spreken en oe de penitentiën stellen!-
Dat men in hoogste nood het Mariabeeld van de kapel in Mill ooit heimelijk in veiligheid heeft gebracht is goed wel mogelijk. De legende, dat het beeld op eigen houtje naar het kasteel Aldendriel wandelde, kan op zo een manier later zijn ontstaan. Feit is dat de Onsserliever Vrouwensteege, als toponiem, al in 1538 voorkomt.
Op dat moment was van een Rooms Katholieke formatie in het Land van Cuijk geen sprake. De Liefvrouwensteeg heeft duidelijk bij de ommegang rond de kapel behoord.
Op het boerderijtje ( zie bovenstaande schets), dat Jan de Beijer in 1743 tekende naast de vervallen oude Kapel, zou men als huismerk boven de voordeur mogelijk, hoe minutieus ook kruistekens ( onder andere spijkers en doornen) kunnen herkennen. Deze komen in bedevaartsoorden vaker voor aan het begin van een kruisweg.