Hagelkruisen op velden en akkers. uit de Brabantse almanak van 1949


HAGELKRUISEN EEN ZELZAAM OVERBLIJFSEL OP VELDEN EN AKKERS

Waarom deze publicatie over hagelkruisen, daar op het eind van deze publicatie een vraag gesteld wordt aan alle heemkunde kringen in Brabant over deze hagelkruisen . Deze publicatie is niet zozeer een verslaglegging over Mill, maar meer , om u een indruk te geven wat een hagelkruis behelst in de gedachtegang van onze voorouders in N.O. Brabant.


Hagelkruisen opgeschreven door Jac. Heeren . Brabantse Almanak 1949

In zijn merkwaardig boek over Nederlandsche Volkskunst wijst prof. Jos Schrijnen op de belangrijke plaats, die wegkruisingen innamen in de gedachtewereld van onze voorouders. Die punten vooral werden gemeden of gezocht naargelang men de spoken, die daar ronddwaalden, wilde vermijden of met die geesten in gemeenschap wilde treden.
Kruiste de weg, die men met de lijkstoet nam, een andere weg, dan werden vooral op zo'n punt allerlei middelen aangewend om de geest van de overledene te beletten in het lichaam weer te keren. Zo werd er bijvoorbeeld een strospier kruisgewijs op de weg gelegd, voor men met het lijk mocht verder gaan.
Deze in oorsprong heidense bijgelovigheden en gebruiken werden door de missionarissen, die naar deze streken kwamen ten dele gekerstend. Het kruispunt van twee wegen kan de gedachte wekken aan het kruis van Christus en de strowis, die werd neergelegd , als een lijkstoet moest passeren, werd omgezet tot een kort gebed ter plaatse voor de zielenrust van de gestorvene.
De samenkomsten van twee wegen, die in de gedachtekring van onze heidense ( maar ook lang van de half gekerstende ) voorouders de verzamelplaats waren van goede, maar vooral van boze geesten, zoals de verwekkers van hagel en donder en andere rampen voor de veldgewassen, waren dan ook bij uitstek de plaatsen, waarheen de processies, die in de katholieke voortijd werden gehouden om de zegen over de vruchten der aarde af te smeken, zich richtten.
Net zoals wellicht in oeroude tijden op die plekken bijzondere offers gebracht werden of bepaalde gebeden werden gestort tot afweer van de macht van deze boze geesten, zo bleven deze plaatsen in de christelijke tijden de als door haar aard aangewezen punten om het kruis van Christus te planten, teneinde zodoende de velden en de oogst te stellen onder Zijn bijzondere bescherming.
Over deze kruisen, waarvan er wellicht in elke parochie een gestaan zal hebben, is heel weinig bekend. Ook omtrent de plechtigheden, die op de drie Kruisdagen ( die aan Hemelvaartsdag voorafgaan) in de omgeving van zo'n zogenaamd hagelkruis werden gehouden, is slecht zeer weinig tot ons gekomen.
Toch moet uit oude archiefstukken nog wel een en ander daaromtrent te achterhalen zijn. Zo vonden wij in een inventaris van goederen van de H. Geest ( de armen) van Deurne, opgemaakt in 1572, melding gedaan van een akker omtrent het hagelkruis. Op een andere plaats wordt ditzelfde perceel aangeduid als de akker, waar het hagelkruis tegenwoordig op staat.
In het Maarboeck van Deurne van 1630 wordt in het gehucht Vreeckwijck of Vreeck gesproken van een stuk grond gelegen aan 't hagelcruys, grenzende met een zijde aan den Lijchwech . Door nauwkeurige onderzoekingen is de Deurnese geschiedschrijver H.N. Ouwerling erin geslaagd het juiste punt terug te vinden, waar het hagelkruis eenmaal stond, n.l. op het kruispunt van de nog steeds als zodanig bekende lijkweg ( van Vreek naar de kerk) en van de Peelstraat. Ouden van dagen wisten hem te vertellen, dat zij van hun ouders hadden horen zeggen, dat men op de kruispunten met het lijk een ogenblik stil hield om iets te bidden bij het kruis, dat er toen ( in het begin van de 19e eeuw) nog stond.
In de tijd toen Paapse Stoutichheden, zoals ook het met enige plechtigheid vervoeren van een lijk naar de kerk, verboden waren en zeker het trekken van een processie door de velden langs het hagelkruis, begonnen die kruisen hun betekenis te verliezen.
Het mag een wonder heten, dat er ten minste een van de kruisen de eeuwen heeft getrotseerd en tot op de huidige dag is blijven staan. In het dorp Aarle-Rixtel, bij Helmond, enige honderden meters van de plek, waar oudtijds de parochiekerk van Aarle stond, ook weer op het kruispunt van twee veldwegen, stond tot voor een twintig jaar terug vergeten en verschoten dit kruis, dat men echter nog wel als het hagelkruis kende, maar waarvan men verder niets wist te vertellen.
Ruim een eeuw te voren was er door dominee Stephanus Hanewinkel in zijn tweede Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch (1800) nog melding van gemaakt. Hij schrijft daar: Digt bij de Kerk, in de Akkers, staat een kruis van Blauwen Zerk, het Hagelkruis genoemd; het zou deezen naam draagen, omdat het door een wonderdaadige kracht hagel, donder, enz. van de Graanvelden afweert, en dezelve dus beveiligt. Nadat door de Provinciale Monumentencommissie in de Gemeenteraad van Aarle-Rixtel gewezen werd op de grote historische waarde van dit unieke monumentje is het op een voetstukje geplaatst en door een eenvoudig hekwerkje omgeven.
Omtrent de plechtigheden die bij het hagelkruis werden gehouden, weet pastoor Goetschalckx in de Bijdragen tot de Geschiedenis van Brabant een en ander te vertellen. Hij heeft het daarin over het hagelkruis, dat in de parochie Eekeren bij Antwerpen stond en over de feesten, die jaarlijks daarbij gevierd werden.
Omstreeks het jaar 1611 aldus pastoor Goetschalckx, kwamen de feesten van 't hagelkruis opnieuw in zwang. De feesten hadden plaats daags na ons Heren Hemelvaart, dus op een Vrijdag in de zomer. Zij bestonden voornamelijk hierin, dat men alle arme mensen, niet enkel die van Eekeren, maar aan allen, die aanwezig waren, eten en drinken verschafte: voor eten een dikke erwtensoep en koeken en voor drank een flinke pot lekker bier. Die feesten werden gevierd niet in de kom van het dorp maar een weinig daarbuiten op een groot plein, waar zich toentertijd een groot stenen kruis bevond en dat nog heden (in 1911) , alhoewel reeds voor een groot deel bebouwd, de naam draagt van Hagelkruis. De kosten van die feesten werden gedekt door de H. Geesttafel ( het Kerkelijk Armbestuur ) en voor het geval de kosten te hoog liepen, schoot de gemeente bij. Over de oorsprong van die feesten tast men in het duister. Zeer zeker zijn zij al heel oud. Zij bestonden al in de 15e eeuw, ja waren toen al wijd eb zijd bekend. Bij de schepenbank van Aalst in Vlaanderen wordt een schuldige veroordeeld tot een bedevaart of pelgrimage ter heyligen Cruce ( hier wel degelijk het Hagelkruis) te Hakeren bi Antwerpen.
Mede uit het feit, dat er toen reeds bedevaarten werden gehouden. ter heyligen Cruce te Hakeren blijkt wel, dat er aan die feesten een of ander godsdienstig gebeuren tot grondslag moet liggen.
Daarvoor pleit ook de legende, die nog in de mond van de bevolking van Eekeren voortleeft.
Op zeker tijdstip, eeuwen geleden, hadden er in de streek, niet alleen te Eekeren maar in geheel de omtrek grote en menigvuldige onweders plaats Zeer zware hagelbuien richtten er verschrikkelijke verwoestingen aan, zodat nagenoeg de gehele oogst was vernietigd en de gehele bevolking met hongersnood werd bedreigd . De bevolking, geen andere uitweg meer ziende, nam haar toevlucht tot een eendrachtig gebed. Op Vrijdag na ' s Heren Hemelvaart, had er opnieuw een afgrijselijk onweer plaats, vergezeld van een hagelslag, zoals men er tot dan toe geen had gezien. Heel de streek lag vingers dik onder de hagelkorrels. Wijl het zomer was, smolt die hagel natuurlijk betrekkelijk snel. Op zekere plaats echter, een weinig buiten de kom van het dorp, op enkele passen van de weg, smolt de hagel niet en vormde er een groot wel afgetekend hagelwit kruis, dat niet slechts enkele uren maar zelfs dagenlang daar bleef liggen. Algemeen werd dit, zo niet zonder reden, als een wonder, een teken van de hemel, beschouwd
Men besloot . eruit, dat God verlangde op die plek op een bijzondere wijze te worden vereerd en wie weet op die plaats de hulp zou schenken, waarom men reeds zolang had gesmeekt. Onmiddellijk werd dan ook met de klok geluid. Na enige stonden was de gehele parochie in de kerk verenigd. Processiegewijs met het kruis voorop en met talrijke vaandels, trok men al biddend naar de plek, waar het wondere kruis was te zien. En werkelijk, sinds dat ogenblik hielden de onweders op. Een heerlijke zon en prachtig warm weer deden de veldvruchten herleven en ondanks de geleden schade had men dat jaar een oogst zo groot en zo rijk, als men nog nooit tevoren genoten had.
Uit dankbaarheid bouwde men op de plaats, waar zich het wonderbare hagelkruis had bevonden, ter herinnering een wit stenen kruis. Elk jaar hield men er, op de verjaardag van de gebeurtenis, een grote dankprocessie. En uit erkentelijkheid voor de overvloedige oogst, die men dat jaar had gehad, schonk men op die dag aan de armen een lekker maal erwtensoep, koeken en bier. Die feesten, al waren ze dan van godsdienstige oorsprong, verliepen langzamerhand en ontaardden ten slotte in slem- en eetpartijen. Dit werd zo erg, dat in de tweede helft van de 17e eeuw de geestelijke overheid ze graag had afgeschaft. Na 1680, toen kerk en toren afbranden, had men de feesten uit zuinigheidsoverwegingen sterk moeten inkrimpen, doch in 1688 begonnen ze weer op te komen. Een eeuw lang zijn ze toen nog blijven bestaan. Eerst onder keizer Joseph II, die al kermissen en feesten der Belgen wilde afschaffen , werden zij opnieuw opgeschort, om tenslotte onder de Franse Revolutie, die het al vernietigde, geheel te verdwijnen.
Ten slotte een vraag: Ligt het niet op de weg, van Brabants Heem om in elk dorp na te gaan, waar het hagelkruis heeft gestaan en of er nog sporen van daarbij gevierde plechtigheden zijn overgebleven?

Helmond, 1949.
Jac. Heeren.