Toponiemen/Straatnamen/Gebouwen

PLAATSNAMEN, GEHUCHTEN, VELDNAMEN EN TOPONYMEN.

Lezing door de heer A. Claassens, de dato ?
De plaatsnaam, die direct in het oog springt, als men een oude kaart van onze streek bekijkt is de PEEL, de polude of palus, namen die een immens moeras aangeven. Het moet wel tot de verbeelding van de mensen hebben gesproken. Een moeras, gelegen op een hoogvlakte; het had verticaal doorgesneden, de vorm van een grote kom, waarbinnen zich een een verrotte plantenmassa bevond, het veen, omringd door een harde zandkorst.
Je moet het zien als een spons, veel water opnemend, vooral regenwater, die op zijn plaats werd gehouden door hard geworden gesteente, ijzeroersteen of broeksteen genoemd. Uit de Peel kronkelde wat kleine beekjes, via lagergelegen gronden richting Maas. De plantaardige veenspons absorbeerde het hemelwater totdat een regenbuitje voldoende was om te fungeren als de bekende druppel, die de emmer deed overlopen. Dan ontstond er een vloed en werd via het normaal sijpelend beekje een grote stroom water afgevoerd bomen en gewassen en vooral veel moersteen met zich meesleurend. Zo zie je aan alle kanten van de Peel, plaatsen (toponymen) ontstaan, die de Vloed heten. Vanwege steeds weer die bedreiging, die plotselinge actie kreeg de Peel de naam van geheimzinnigheid. Er liepen wat paadjes door heen, maat dikwijls keerden de mensen, die zo goed de weg wisten, toch niet terug. Een stap, die je op een vermeende harde riggel grond , verkeerd zette, sleurde je mee in het moeras en er was geen redding meer mogelijk.
Wat nu het peelkanaal of defensiekanaal heet, noem de men vroeger de Kerksebeek, Heulbeek en voorbij de Royendijk: de Rodebeek. Het gehucht, de Royendijk, is een van de oudste delen van Mill. Wanneer Heer Jan van Cuyk in 1361 in een acte de grenzen aangeeft en daarmee de eigendommen bevestigd van de Abdij Marienweerd, dan wordt de Roedendycke al met name genoemd. Ter plaatse voorkomend rood-ijzerhoudend moersteen, gebruikt voor het opwerpen van een dijk tegen het wassende water van Peel en Maas, zal wel voor de benaming hebben gezorgd. De Royendijk had een aparte status; samen met die Voordycke, de Veesteegh en die Brugghen, vormde het een op zich staande gemeenschap. Er was in de 19de eeuw al behoorlijk wat nijverheid. Een linnenwever, klompenmaker en timmerbedrijf waren er gevestigd. Daar kwam later een schoenmaker bij, een café met een beugelbaan en een winkeltje. Ook komen hier de oudste veldnamen voor: Swaluwstraat, Heul en de Gheer zoals onderstaande situatie tekening aangeeft. De Millenaren, zijn altijd sterk geweest in het verbasteren van namen. Zo ook hier weer de Veesteegh, momenteel als Vissteeg aangegeven, was vroeger een karweg, aan weerzijden sloten met kreupelhout, waarin men vee opdreef, wanneer de Beerse Maas plotseling kwam opzetten. Zo noemde men de Voordijk spottend de Bedelaarsweg, omdat dit de directe binnendoor verbinding was over Tongelaar naar Grave. In de buurt lag ook het Houtduivenbos, niet verwonderlijk door in de volksmond her vernoemd in Houtdievenbos. Aan de Krommendijk, een gehucht met eenzijdige lintbebouwing, liggen een aantal oude boerderijen.
Hier woonden de Langhen,s, waarover al in1661 een acte voor schout en schepenen werd opgenomen. De Horst was een pad, dat de Krommendijk rechtstreeks verbond met de gemene Straat en via Hoogveld en Molenpad met het centrum van Mill. Het zuidelijk gedeelte van de Horst heette het Croefenland. Achter de Krommendijk begint Het Hollander Broek een uitgestrekt gebied, het stroomgebied van de lage Raam; van het Wanroyse Broek tot Tongelaar, aan de westkant opgesloten door de Vorstendijk en Achterdijk.
In de winter stond dit gebied geheel onder water, als gevolg van de overstroming door de Beerse Maas. Deze ontstond door een opzettelijke verlaging in de winterdijk van de Maas, waardoor tussen Gassel en Beers een uitstroming kon plaatshebben. Soms kwam het water zo hoog aan de Achterdijk te staan dat een dijkdoorbraak het gevolg was. Dan moesten de Voordijk en de Groenendijk het water keren. Meerdere keren heeft de Beerse Maas aan de Gemene Straat ( Karstraat-Schoolstraat-Wanroyse weg) gestaan.
Als Floris de Zwarte, broer van Dirk VI graaf van Holland, zijn oog laat vallen op Heylwig, de dochter van Aleydis van Cuyk, moet hij dit in 1133 met de dood bekopen. Oom Herman, heer van Cuyk, trekt ten strijde en verslaat de Hollanders bij Abstede. De dood van een Graaf van Holland en nog wel een neef van Keizer Lotharius III, brengt binnen de adel nogal wat opschudding te weeg. Dirk VI, die zich gesteund voelt door de Keizer, gaat op strafexpeditie naar het Zuiden en verwoest het Land van Cuyk totaal. Ook het Kasteel van Cuyk wordt de grond gelijk gemaakt. De Heren van Cuyk, Herman en Godfried worden van hun rechten vervallen verklaard en verbannen. Dat alles gebeurde in 1136. Waarschijnlijk hebben de Hollanders toch spijt gekregen van hun drastische ruinering in het land van Cuyk en hebben dit trachten goed te maken, door een gedeelte van ons gebied te ontwateren. Zij brachten de ervaring mee. In hun gebied, Holland, deden ze niet anders. En zo komt, door een liefdestragedie, het Hollander Broek aan zijn naam. Deze polder krijgt later een eigen Schepenbank, waarbij de Heymraden door de aanliggende eigenaren en pachters rechtstreeks worden gekozen. Vermeldenswaard is nog dat de Heren van Cuyk geluk hebben, dat de Keizer in 1137 overlijdt, en zijn opvolger de wraakactie vergeet. Zij keren terug naar hun gebied, het rijksleen en bouwen een nieuw kasteel te...Grave ( 850 jaar geleden ).
Een typische toponiem is wel de benaming van Het Hiepke, een perceel grond van Jan van den Hoek in de Vorstendijk (Vorsendijk, Beerseweg). We vervolgen onze weg langs weg langs de Kolkweg, vroeger genaamd De Brakken, waar de Baronsloot langs liep. Aan de Voordijk , worden de huizen, hoe dichter men St. Hubert naderde, steeds maar groter, mooier en voornamer.
Is het een wonder, dat men hier gewaagde te spreken van de Miljoenenstraat? In oude stukken spreekt men niet van de Voort en de Voortsestraat, hier was duidelijk bedoeld de voorste boerderij, de eerste Bouwhof, die men komende van Haps in St. Hubert aantrof.
Dit is het enige stuk Mill, dat op een Tranchot kaart staat aangegeven. Daarom willen wij u een afbeelding hiervan niet onthouden.
In het IJzer broek lagen de eigendommen van de familie Pieck. Ook de roemruchte Hanzebank met zijn ijverige directeur Martinus Verberk , geboortig van Sint Hubert , had hier onroerende belangen. Na het debacle van de jaren twintig neemt Van Lanschot de boedel over. Aan Den Berg, waar weer een Roode beek stroomt, schijnt op de grens van St. Hubert en Wanroy een herberg De Roskam gestaan te hebben.
Van Sint Hubert naar de Peel, liep de weg van Peter Ebben, scheper aan het eind van de 18de eeuw. Zijn zoon Jan Ebben zal in 1834 midden op de woeste heidevlakte 3 huisjes bouwen voor de noeste peelwerkers en hun gezinnen. In 1847 bouwt Jan van Straelen uit Boekel het huis op de kruising Mill/Uden-Zeeland/Boekel, wat later de Peelpoort wordt genoemd.
Aan het eind van de 19de eeuw was dit huis van de Peelboer, waar 's winters een herberg werd gehouden.
Op Wilbertoords gebied werden de eerste huizen gebouwd aan Den Tip in de zogenaamde Barendonksepeel. Verder was hier de Peel verdeeld in:
Ammans, een stuk, waar de turf voor de Ambtman van het Land van Cuyk werd gestoken. In de Allemans peel kon kon iedereen terecht, dit moet eerder de naam hebben gehad van de Seltenpeel. Ook de inwoners van Katwijk, hadden een stuk uit de boedel van de Heren van Cuyk overgehouden, de zogenaamde Katwijkse Peel. Over de Princepeel is al zoveel bekend en geschreven dat daar over niet weer behoeft te worden uitgeweid.
De Schurft, wellicht een braak liggend stuk grond, somwijlen nat, dan weer half opdrogend, een beetje ijzerhoudend rood gekleurd, je kunt het je zo voor de geest halen. Schelven, losse plakken aaneenklevend zand. Het moet er als schurft hebben uitgezien. En het is goed dat het gemeentebestuur de ontsluitingsweg door de Schurft heeft omgedoopt in Verbindingsweg. Hoewel...als men het boven de grote rivieren over Brabant had, uitte men zich in vroeger dagen minder vleiend, zoals onderstaand gedeelte van een versje weergeeft;

...een verrot raemke en een schurftig schaepke
ende dat stuyvende sand,
dat sien die heeren van brabant........


Via Kavelt, wat eertijds ook wel Diependaal genoemd werd, en thans door de aanwezigheid van het huidige kerkhof een andere diepere betekenis heeft gekregen, komen we in het Grootven, het nieuwe St. Hubert. Ook Klein Ven ligt hier en wel in de richting van Het Mullegat.
Een zeer oud toponiem, voorkomend eind 16de eeuw is Die Coxbeecke, gelegen tegen over de huidige Koksebeek, in de hof van de familie Reijnen. In de goederenlijst van Ludolph de Quay komt deze naam samen met Den Schettert en de Swaluwsteert als verpachte eigendommen voor.

Ter afsluiting nog een gedicht of vers van een onbekende dichter alsmede onbekend jaartal.

Het was 2 december van het jaar....
de bankverpachting was weer daar
en Hanneke Kus vlug ter been....
spoedde zich naar den tempel heen.

Daar zit zij nu naast Jan Water
bij de biechtstoel van de pater....
ook Van Wees zit aan haar zij....
met een heerlijk luchtje erbij.


zie werkgroepen fotografie.

TOPONIEMEN SCHEPENBANK MILL

Inleiding
Bij de archiefdienst beschikt men zo langzamerhand over een nog steeds groeiend kaartsysteem van toponymen of benamingen van stukken grond, wegen en wateren en soms huizen, die voorkomen op oude kaarten en staan vermeld in archiefstukken.
De meeste middeleeuwse bronnen zijn tot 1600 bewerkt, terwijl voor de 17e en 18e eeuw nog zeer veel gedaan moet worden. Hiervan vormt het fonds van de oude rechtelijke archieven wel de hoofdmoot. Ook kohieren, leggers en gewone archivalia bevatten nog menig toponiem dat opgespoord moet worden.
Vaak weten we van de oudste benamingen bij benadering niet, waar de percelen gelegen zouden kunnen hebben. Toch willen we een voorlopige poging wagen een overzicht te geven van de toponymen van het territorium van de schepenbank van Mill, wetende dat dit slechts een eerste aanzet is.

Toponymen schepenbank Mill
Dorpsgebieden en de jurisdictie van de Millse schepenbank dekken elkaar hier niet. De schepenbank van Mill, al voorkomend in 1349, besloeg tot in de Franse tijd het gebied van de dorpen Mill, Sint Hubert en Wanroij. De Langeboom en omgeving vielen onder de schepenbank van Escharen.
In de 18e eeuw viel zelfs het gehucht de Berkenbosch bij Ledeacker wel een onder de Millse schepenbank. Het Hollanderbroek, als heemraadschap stammend uit het begin van de 14e eeuw, lag als een apart rechtsgebied oostwaarts van Mill en Sint Hubert.
In de loop van de 17e eeuw blijft er van deze schepenbank slechts een waterschap over.
De dorpsgrenzen op zich zijn ook dikwijls vaag. Mogelijk behoorde het gebied van de kapel van Sint Hubert eerst tot Wanroij. In later tijd wordt bij het gehucht de Boer nog een stuk van Sint Hubert bij Wanroij gerekend. Ook de afpalingen tussen Mill en Sint Hubert is voor ons in de woeste gronden slecht te achterhalen.
De Princepeel kan tot Mill worden gerekend. Maar tot hoever peelwaarts strekte zich de heide van Sint Hubert uit?
Vanzelfsprekend is ons kaartsysteem ook hier bij lange na nog niet voltooid. We denken aan de schepenprotocollen van omtrent 1675 tot 1810, aan de 19e -eeuwse notariële archieven en aan menige andere collectie. Een kohier van taxatie van 1650, nog aangetroffen op de zolder van het oude Millse raadhuis, leverde nog vele namen op. Of de oudste kadastrale kaarten met Franse benamingen tot 1810 teruggaan blijft een vraag. De toponymen Vaardijk, Voordijk en Voortsedijk waren soms niet te ontwarren.
Strikte alfabetisering blijft een lastige zaak. Menige naam die niet te plaatsen was, is voorlopig maar bij Mill ondergebracht. Ook kunnen sommige Millse benamingen onder het Hollanderbroek thuis horen. Toch leek het ons nuttig alvast het resultaat van een voorlopige stand van zaken naar voren te brengen.
De Millse toponymen zijn als volgt onderverdeeld;
a. Het dorp Mill
b. Het dorp Sint Hubert
c. Het heemraadschap het Hollanderbroek
d. Het dorp Wanroij


Tot de toponymen vallende onder de schepenbank van Mill beperken wij ons tot het dorp Mill. Bij de onderstaande opgave heeft de middelste kolom betrekking op het jaar waarin het toponiem voor zover ons nu bekend voor het eerst wordt genoemd, terwijl de laatste kolom summier naar de bron verwijst. Varianten zijn meestal niet opgenomen.

top1.jpgtop2.jpgtop3.jpgtop4.jpgtop5.jpgtop6.jpgtop7.jpgtop8.jpgtop9.jpg

Bron; Archiefdienst Land van Cuijk ,
Streekarchivaris de heer A. Douma.


Voormalige Boerderij Familie Dolven Bernardstraat.

De_kleine_prins_.jpg
Boerderij Dolven is omtrent 1960 afgebroken. In de Bernardstraat staat nu het huis met nummer 12.
Verder zien wij de muur van de moestuin van Clevers en daarnaast het oude Joodse kerkhof.
Links op de foto het huis waar vroeger Hanno Dirkse met zijn gezin woonde. Hanno Dirkse was voorwerker bij Timmerfabriek Vermeulen te Mill. Rechts op de foto het huis en winkel van Grad Petjes, hij verkocht snoep, sigaretten en aanverwanten.

Villa Sonnevanck Stationsstraat

gebouw_Sonnevanck_stationsstraat.jpg
Villa Sonnevanck

Omstreeks 1910 bouwde Herman van Strijp deze villa met dokterspraktijk voor Gerard Anderegg. Het uiterlijk as een soort Chalet stijl , welke rond de eeuwwisseling modern was. Architect Herman van Strijp ontwierp veel gevels met getoogde raampartijen en doorlopende speklagen in andere kleur stenen. Zoals hier bij Sonnevanck, een pand, dat duidelijk op het oosten is gericht, om 's morgens de eerste zonnestralen op te vangen. Op het pannendak staat een echte Piron. Een Piron is een op een voet staand ornament op het uiteinde van een nok van een dak. Dit is vaak de plaats waar drie of meer dakvlakken bij elkaar komen in een punt

De Hoogveldseweg.

De_Schettering_Hoogveldseweg_Mill.JPG
De Schettering gebouwd anno 1667.

Mill wordt in de omgeving wel eens oneerbiedig "dieé grindbult" genoemd. Dit is het meest waarneembaar op het Hoogveld. De Hoogveldscheweg in vroeger dagen, begin en einde van de Kom wijk A, begon met het huisnummer A1 bij boerderij Van Kempen en eindigde met A162 bij het huis van Willem Rovers. De straat liep van Het Hekken tot de Groote Prins, de voormalige grossierderij Verbruggen. En in het midden van de straat bevindt zich nog steeds de Schettering, een voormalige boerderij, volgens de gevelankers gebouwd of verbouwd in 1667.
Een grote schuur completeerde ooit het totaalbeeld. Ook het eeuwenoud plaveisel onder de even oude lindeboom is verdwenen.
In het rechtelijk archief berust een acte uit 1533, waarin gesproken wordt over het Hoogveld, waar zich het kloosterland bevindt, eertijds toebehorend aan de Abdij Mariënweerd.

Den_Schetterd_Hoogveldseweg.JPG
Tekening van " de Schetterd "

In 1935 besluit de gemeenteraad tot het geven van officiële straatnamen . Een wegenbouwer was toen al aanwezig. De Hoogveldseweg komt daar als nr. 118 in voor. Het had nogal wat voeten in de aarde . Men stelde voor de weg Kroonstraat te noemen. Naar het Kroondomein, waartoe een aantal aanliggende percelen behoorden, na 1648 genaast uit de kerkelijke eigendommen. Een raadslid ging nog verder en kwam met de naam Waldeck Pyrmontsingel voor de dag, een hommage aan Koningin Emma. Tenslotte is het toch de Hoogveldscheweg geworden.
Er woonden toen 13 gezinnen en deze toestand is gebleven tot 1959. Allengskens werd het Hoogveld bebouwd en ook de Hoogveldscheweg kreeg zijn huidig tracé. Aanliggende weggetjes, zoals d'n Huppelpad en 't Schetteringsstrótje verdwenen. Ook het heike bij Tieleke en 't buske bij Van de Burgt zijn niet meer. Momenteel staan er 50 huizen.

Hoogvelseweg_gesloopte_woningen.jpg
Gesloopte woningen Hoogveldseweg anno 1959.

Abdij Marienwaerdt Beesd


kasteel_Marienwaerd_Beesd.jpg
kasteel Marienwaerdt te Beesd.

De al oude abdij Marienweerdt.
In augustus 1993 bezocht de heemkundekring Myllesheem het landgoed Marienwaard bij Beesd aan de Linge. Daartoe uitgenodigd door de heer en mevrouw Verschuer, eigenaars van de Marienwaard, waarin het herenhuis in de 18e eeuw op de restanten van de oude abdij fundering is op gebouwd. Alleen in het souterrain zijn nog herinneringen aan te treffen namelijk een gewelfd plafond en gemetselde stookplaats, waarop in de 12e eeuw broeder-kok de maaltijden bereidde voor de talrijke geestelijke broeders .
Met geen andere gemeente is Marienweerdt meer verbonden dan met Mill. Niet alleen is Marienweerdt de enige en oudst bekende bron (1156), waaruit het historisch ontstaan van Mill blijkt, ook de uithof Mylle en Halle ( Langenboom) was een belangrijke en rijke dependance voor de abdij. Ook Grave, Cuijk en Zeeland hebben alle drie iets met de abdij te maken, getuige de straatnaamgeving en diverse toponiemen. Mill heeft met recht en rede, haar gemeenschapshuis( voormalig) als een erezaak vernoemd. Voorts mag hier vermeld worden , dat Mr. O.W.A. Baron van Verschuer geen onbekende is in onze gemeente, hij is namelijk jarenlang rentmeester geweest van het Kroondomein , de voormalige geestelijke goederen van de Abdij. In verband met dit alles had de heemkundekring een pre om het landgoed en herenhuis te bezoeken.
Het echtpaar Verschuer heeft ons zeer gastvrij ontvangen en stelde er prijs op hoogstpersoonlijk de excursie te leiden. Op bijgaande foto ziet u leden van Myllesheem bij de tuinzijde van Marienweerdt.

Kroondomein-Hoeve De Weemhof.



Weemhofweg_Mill.jpg

Kroondomein Hoeve De Weemhof.
In een provocatie van Lodewijk de Vrome zoon van Karel de Grote te Aken , rond het jaar 850, werd vastgesteld, dat een Pastoor zich moest vestigen op een Widen Heem, een Weem, dat wil zeggen gewijde aarde, een perceel grond, dat de parochie hem zou schenken.

De herder trouwde als het ware met zijn parochie en ontving zo de bruidsschat. Het stuk grond moest zo groot zijn, dat het met 2 ossen bewerkt kon worden, omgeven door een meerstal, een viswater, want de herder had nogal m
wat vastendagen!
Bovendien moest er plaats zijn voor de pastorie. Daar komt de naam Ween vandaan. Helaas is de Weemhof rond 1910 afgebroken. Deze was gelegen bij de achteruitgang van het huidige hockeyveld., in de hoek, waar de eikenboom staat met de uitkijkpost uit 1940 aan de Weemhofweg.

In 1821 was Peter Jans Weem hier pachter, opgevolgd door Johan Weemen. In 1827 en Wilhelmina Weemen van den Hof in 1851. De laatste pachters zijn Pèt Weemen en Gerardus Meulepas in 1863 en 1910.
De familienamen: Weemen, Peters-Weem (Haps), Jans Weem, Hendriks-Weem ( Sambeek ) en Van de Weem, zijn allemaal afkomstig van deze boerderij.
Voorvaderen van deze families hebben hier met noeste vlijt de grond bewerkt en hopelijk voor anderen en zichzelf soms geoogst, van wat zij zaaiden.

Hof ten Hove anno 1326

Hof_ten_Hove_Langenboomseweg.jpg
Hof ten Hove anno 1993

Waarschijnlijk was het goed toeven bij de paters en broeders van Marienweerdt, hier in Mill, in het zuiden des lands. Dat de abdij hier vruchtbare boerderijen bezat, was een voldongen feit. Daarom komen er in genoemde periode klinkende namen voor in de rij van de pastoors van Mill; Theodorus Speulre, Johannes Braetbeke en Floris van den Cattenbergh waren opmerkelijke figuren.
Er waren zelfs pastoors, die door het kapittel tot abt werden gekozen, maar daarvan afzagen en liever pastoor in Mill bleven. Dat waren nog eens tijden en de Hof Pisla waar de eerste geestelijken woonden omstreeks 1156 moet dan ook ongetwijfeld de Hof ten Hove zijn geweest.
La van het woord Pisla, duidt op huisplaats en Pisla zou dan te maken hebben met een plaats aan een beekje, een Pisley. Bij Xanten in Duitsland , waar rond het begin van onze jaartelling, romeinse beschaving was, loopt een beekje, van die naam, een stroompje, dat vroeger uitmondde in de Rijn.

Dat het goed toeven was in Mill, bleek voor de tweede keer in de historie, toen Vrouwe Johanna van Cuijk in 1399, na afstand gedaan te hebben van haar rechten, zich vestigde (hoogst waarschijnlijk) op de Hof ten Hove. Zij bekostigde een eigen kapelaan en mogelijk is de kapel Maria ten Hove haar hofkapel geweest. De parochie met kerk aan de Hoogstraat tegenover de Groote Prins bestaat dan 75 jaar.


Mevrouw_Van_den_Hof_met_kinderen_Van__Nispen_tot_Sevenaer.jpg
Mevrouw Van den Hof met kinderen van Van Nispen tot Sevenaer

Vanaf 1933 tot 1955 was deze villa , Hof ten Hove , de ambtswoning van de burgemeester van Mill. Weliswaar met een interim periode , toen in 1940 het oude pand door oorlogshandelingen werd verwoest.
In 1941 betrok Jhr. Mr. Carel van Nispen tot Sevenaer opnieuw het herbouwde pand, waarvan het eigendom toebehoorde aan de familie Van den Hof.

Op bovenstaande foto Mevrouw Van den Hof met de twee zoontjes van de burgemeester, Paul en Christiaan. Paul was later advocaat in Den Haag en Christiaan werd pater in Caïro.

Vorleweg te Mill

Vorleweg_Mill.jpg

Vorleweg, deze naam is afkomstig van de Bouwhof ten Voerlaer. Laer (laar) is een oude benaming voor een open plek in het bos. Zo kan de naam Voerlaar uitgelegd worden als een open plaats in het bos.

Dat de naam als familienaam in Mill veel voorkomt is te danken aan Maria Dominicussen, de weduwe van Lambert Peters, die de Vorle Hoeve bewoonde en in 1826 officieel voor haar kinderen Johan, Pauline, Martien en Maria , de naam Van de Vorle als familienaam aanneemt en dit bij de Burgerlijke Stand in de Gemeente Mill laat registreren.

Later zijn er andere pachters op deze kroondomein boerderij gekomen, onder andere de familie Ermers, waarvan de naam ook vaak met De Vorle in verband wordt gebracht.


Boerderij__Kroondomein__Vorleweg.jpg
Kroondomein Vorle-hoeve anno 1949

Pastoor Michiels, in de 19de eeuw parochieherder van Mill, noemde alle Kroondomein-boerderijen: de Prinsenhoeven. Oorspronkelijk waren deze eigendom van Abdij Marienweerdt. We moeten dan ook teruggaan naar 1331. als Jan van der Voerlaer het onroerend goed Ten Voerlaer verkoopt aan genoemde abdij.
Waarschijnlijk had hij geen opvolgers, de naam Van de Voerlaer komt later in de parochiegegevens ook niet meer voor. Als eerst pastoor van Vierlingsbeek staat nog in 1374 een Gerardus van de Voerlaer vermeld zonder verdere aanduiding.

De acte waarbij de verkoop bevestigd wordt bevat als getuigen Arnoldus Meulepas, scultetus in Mylle "schout te Mill "en andere ingezetenen.
De schout (ook schult, schulte, scholtis, gelatiniseerd tot scultetus) was een ambtenaar belast met bestuurlijke en gerechtelijke taken en het handhaven van de openbare orde. Zijn taken varieerden naar tijd en plaats.
Bovenstaande luchtfoto dateert uit 1949. De boerderij is dan nog niet verbouwd en gemoderniseerd. Direct valt op het mooie rieten dak met ingebouwde dakkapel, 6-ruits ramen met vensters en de waterput, rechts in beeld, completeren het geheel.
We troffen dit fraaie portret aan bij Riek van de Burgt-Ermers, Riek van de Vorlese Janus.

Frederiksweg


Frederiksweg.jpg
Frederiksweg

Waar zou de naam Frederiksweg vandaan komen?
In het rapport van de Commissie voor de benaming der Straaten en Wegen binnen de gemeente Mill & Sint Hubert van 26 juli 1935 staat deze als no. 164 aangegeven, lopende van de Hertsweg tot de Provinciale
weg (Bosweg).
Er is daarna nogal wat geschoven met deze wegen. Halfweg aan de huidige Frederiksweg lag vroeger een boerderijtje met erf., dat toebehoorde aan Frederik Veldpaus, geboren in het jaar 1761.
Hij woonde daar in 1785, even voor de Franse tijd, samen met zijn vrouw Maria Pluck, en zijn tweede vrouw De Weerd Derks.
Frederick staat in Grave ingeschreven als Manfried Felphous ( Feldpauch?) ,19 september 1826, geboortig van Aldendorff in Duitsland, grenadier in het garnizoen aldaar. Hij is de stamvader van alle Veldpausen in Oost-Brabant. De voornaam Frederik komt niet zoveel voor in deze streken.
We kunnen dus als vaststaand aannemen, dat de naam van deze weg met hem verband houdt.

Van den Bogaardweg.

vd_Bogaardweg.jpg

Waar Kavelt grenst aan de Molenheide ligt langs het kerkhof de Van den Bogaardweg. In het pand bij dit straatnaambord woonde in de jaren 30 van de vorige eeuw de familie Van den Bogaard. Omdat het ooit is afgebrand is het waarschijnlijk het bekendste huis aan deze weg. Zoals ook de Frederiksweg en de Berentsweg hebben wij hier te maken met, door de volksmond, aangeduide wegen. Meestal stond aan een dergelijke weg maar één boerderij of één huis, en werd de naam aan de weg gegeven aan de familie die daar woonde. De Commissie voor de benaming der Straten En Wegen in de gemeente Mill & Sint Hubert heeft daar in 1935 dankbaar gebruik van gemaakt. Zo zou daar ook nog een Filipsweg gelegen hebben in de buurt van de Frederiksweg. Waarschijnlijk in dezelfde tijd ontstaan ( omstreeks 1800 ), toen daar een Philipus Verberk woonde. Een van zijn zonen trouwde met de oudste dochter van Frederik Veldpaus.

Berentsweg
Berentsweg.jpg

Berentsweg, zo luidt de officiële spelling, die de Commissie voor de benaming der Straten En Wegen in haar rapport van 1935 heeft aangegeven.
Bernardus ( Narus ) Berents kwam omstreeks 1860 uit Gassel naar Mill en vestigde zich op een boerderij nabij de Molenheide. Hij is enkele jaren lid geweest van de Raad der Gemeente Mill & Sint Hubert.
Het is typisch, dat er later diverse nazaten van hem gemeenteraadslid zijn geweest . Niet alleen in Mill maar ook in Grave, Oploo, Boekel en Veghel.
Narus had twee zonen waarvan Theodorus ( Doth ) Berents later op de Nieuwenhof woonde en Martien Berents aan de Udensedijk.
Waarschijnlijk is de Berentsweg oorspronkelijk een uitweg geweest van de boerderij naar de Hertsweg. De boerderij moet ongeveer gestaan hebben op de T-kruising bij de Frederiksweg en de ingang naar het nieuwe industrieterrein.

Boerderij De Nieuwenhof Mill

boerderij_de_nieuwenhof_.jpg

Kroondomein-Hoeve de Nieuwenhof.
Toevallig maken wij kennis met een boedelverdeling uit 1735 ( erfmagescheyd R.A. 561 ) de naam Nieuwenhof als geslachtsnaam staat vermeld. Ook hier blijkt weer, dat alle kroondomeinpachters in vroeger tijden met elkaar verwant waren.
Zo bleek op de genealogische Familiereünie in oktober 1992 in zaal Van de Vorle te Mill dat de Schepen-zonen als pachters van de Vorle en De Vloet, goed waren ondergebracht.
Maar zij niet alleen, ook de schependochter ( zuster ) Catharina van Jan Derck van de Vloedt, getrouwd met Lambert Peter Nieuwenhof bezat als pachter de domein hoeve van dezelfde naam.

Tot laat in de 18e eeuw heeft deze bemiddeling door de dorpsbestuurders geduurd. Daarna werden de domeinen bij openbare inschrijvingen verpacht. Op de Nieuwenhof was de familie Van Gemert lang heer en meester , hadden familiebanden met de Kapelhof ( nu eigendom Honig ) beter bekend als de Eerste Halve Hof ten Hove en de andere Halve Hof ten Hove waar nu Jilessen woont.
Op de Nieuwenhof waren ook de familiebijeenkomsten , in november de slachtmaand. Men noemde dat de Spinning.
Er werd dan eigen gebrouwen bier gedronken en worstkoek gegeten. Deze boerderij is ideaal gelegen met veel bebossing op het noorden, ter afscherming van koude winden. Men beweert dan ook, dat zich hier in vroeger dagen een soldaten kampement heeft opgehouden.
Amateur archeologen hebben aan de zuidzijde van het bos achter de tennisbanen , veel gevonden, dat daarmee in verband kan worden gebracht. Myllesheem hoopt nog eens nader terug te komen op de vondsten.

De weipoort aan de Groespeel.



Groespeelweg.jpg
De Groespeelweg.

De Weipoort aan de Groespeel.
Waar de Koestraat via de voormalige spoorweg en de brug over het kanaal overgaat in de Groespeelweg stond vroeger een poort. Deze poort gaf toegang naar de gemeenschappelijke weide.
Bepaalde boeren hadden het voorrecht hun vee op deze weide uit te laten. We schrijven dan 1850.
Via de Koestraat bracht de koeherder zijn vee 's-morgens naar de "gemene wei " en haalde het 's-avonds voor melkenstijd weer binnen.
De familie Nellissen was door de gemeenschap aangesteld er op toe te zien en had ook de sleutel van de weipoort in bezit.
Daarom horen wij wij oudere mensen nog wel eens praten van Poorten-Grad en Poorten-Tien. Johannes Selten ( van den Brier ) heeft omstreeks 1880 het gemeenschappelijk eigendom onder de rechthebbende gebruikers verdeeld.

De Molenheide anno 1812

De_Molenheide_Mill_1812.jpg

Dat zij bij opneming van dit gebied 3 molens telden, moet op de Franse landmeters, in het jaar 1812 een enorme indruk hebben gemaakt.
Zij noemde dit stuk heide dan ook direct" section des moulins ", later vertaald als Molenheide.
Bovenstaand kaartje geeft de straten aan uit die tijd.

Enkele ervan zijn nog terug te vinden. En als je daar bekend bent, kun je nog restanten aantreffen van de "moulin a cheval ", de rosmolen, bij de schuur van de boerderij van Voss.
Op het voormalig voetbalveld van Juliana aan de Wanroijseweg bevond zich eertijds de
" moulin a bles" , de korenmolen een windmolen, welke op de kaart van 1795 van Hendrik Verhees, landmet te Boxtel voorkomt.

Hof den Paddenhool aan die Groes

Lindenboom_aan_de_Paddenhool.jpg
Lindenboom bij de voormalige kroonboerderij de Paddenhool.

De Paddenhool is een verdwenen boerderij van de Kroondomeinen. Alleen de weg, die er naar vernoemd is, bestaat nog en.... de eeuwenoude lindenboom.
Op de kadasterkaart van 1812 was er nog niks mis mee. Boerderij met schuur een weggetje tussenin, zoals gebruikelijk, dat Van de Vorle naar de Nieuwenhof liep. Dit pad is in het veld nog duidelijk waarneembaar.
Eigenlijk zijn er in Mill, behoudens in de bossen, nergens mooiere wandelwegen, dan rondom de kroondomeinboerderijen.

Er is weinig bekend omtrent de tijdstippen, dat De Paddenhool is gebouwd en verdwenen. De toevoeging, aan Die Groes, betekent, dat de gronden aan de Groespeel, de gemeenschappelijke weiden, grensden. Verder is er nagenoeg niets bekend over het uiterlijk van de gebouwen en ook weinig over de bewoners.
Volgens een staat van de rentmeester uit 1821 was op dat moment een Theodorus van den Bogaard pachter. Er is nog één aanknopingspunt; dat zijn de erven van Paddenhoolse Hannes, mogelijk was Johannes Thoonen de werkelijke naam.

Myllesheem nodigt graag informanten uit hun verhaal te doen en herinneringen op te halen omtrent de historie van deze bijzonder fraai gesitueerde bouwhoeve.
info@myllesheem.nl

De publicaties over de kroondomein-hoeven zijn aanleiding geweest tot soms uitvoerige discussies. Vooral tussen de nazaten van voormalige pachtboeren.
De Eeuwenoude Lindenboom ", die bij de Paddenhool genoemd wordt, en thans nog de locatie van de hoeve aangeeft, kan hoogstens of bijna één eeuw oud zijn Hij moet gepland zijn in 1880 of 1898 bij de geboorte of de kroning van Koningin Wilhelmina.

Paddenhool.jpg

Nog in onze tijd werd deze boom de Willemien genoemd. De rentmeester in die dagen, verrichte de officiële handeling, en ergens moet op gebruikelijke wijze een herinnering, mede zijn ingegraven. Verder moeten wij dit als vaststaand aannemen van die mensen, want zij zijn Myllesheem de historische cultuurdragers.

Zo wordt verteld over de "pluksekuul ", waar bieten werden gewassen en die als een tweede Abreuvoir, een kwel, drenkkuil voor vee in het landschap zou hebben gelegen.
Volgen de overleving is de naam Paddenhool een verbastering van Padel hof of Pedel hof, hetgeen inderdaad mogelijk kan zijn, omdat in oude folianten( groot dik zwaar boek folioformaat) soms sprake is van Pedels, als oppervlaktemaat voor peelgronden.

Tenslotte nog dit; Paddenhoolse-Hannes heette niet Van den Boogaard of Thoonen, maar Hannes van den Hof, die samen met zijn zuster pachters waren van de hoeve. Bovendien was hij peelmeester, armenmeester en kerkmeester.